Veroordelingen voor poging tot brandstichting in advocatenkantoor Cuijk
In september 2018 werd een buurtbewoner wakker van glasgerinkel waarna hij 2 personen op de oprit van het advocatenkantoor zag staan. Toen hij iets riep, gingen ze ervandoor. De politie constateerde dat een ruit van het pand vernield was en dat er een jerrycan zonder dop en een deels verbrande prop papier op de vensterbank lagen. Ook hing er een sterke benzinegeur.

Beide verdachten willen niets zeggen over hun vermeende betrokkenheid bij het incident. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat er desondanks voldoende bewijs is dat zij verantwoordelijk zijn voor de poging tot brandstichting. Zo werden de verdachten onder meer kort na de ontdekking van de vernielde ruit onder verdachte omstandigheden in de nabije omgeving aangetroffen en zaten op hun kleding en schoenen glassplinters die volgens het NFI zeer waarschijnlijk van die ruit waren. Ook had de oudste verdachte een aansteker en een stapel servetten/tissues bij zich.
Levensgevaar
Het motief van de poging tot brandstichting is niet bekend geworden, maar het lijkt op een doelgerichte aanslag op het advocatenkantoor. De onduidelijkheid uit welke hoek de dreiging komt en de vrees voor herhaling had een grote impact op de advocaten en de omwonenden. Bij het bepalen van de straffen weegt de rechtbank ook mee dat de verdachten een bejaarde vrouw in levensgevaar brachten. Zij lag in een aangrenzende woning te slapen. In het kantoor heeft houten vloeren en plafonds waardoor de brand zich snel had kunnen ontwikkelen als de prop papier niet direct was gedoofd.
In het geval van de oudste verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. houdt de rechtbank er rekening mee dat hij het delict pleegde tijdens de proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van een eerdere veroordeling voor een poging tot diefstal en een drugsfeit. De rechtbank koppelt aan de voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. van de destijds minderjarige verdachte een aantal bijzondere voorwaarden. Zo krijgt hij een meldplicht bij de jeugdreclassering en is hij verplicht mee te werken aan reeds gestarte gesprekken bij de GGzE en een eventuele (vervolg)behandeling. Bovendien moet hij een eerder voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 30 uur uitvoeren.