Vught hoeft toewijzing WOZ-waarde duizenden woningen niet te herzien

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Oost-Brabant > Nieuws > Vught hoeft toewijzing WOZ-waarde duizenden woningen niet te herzien
's-Hertogenbosch, 21 april 2016

De heffingsambtenaar van de gemeente Vught hoeft de WOZ-waarde van 2.890 woningen en garages van Stichting Woonwijze niet te herzien, zo bepaalde de rechtbank Oost-Brabant vandaag.

De heffingsambtenaar van de gemeente Vught stelde de WOZ-waarde van 2.890 onroerende zaken in Cromvoirt en Vught voor 2014 vast. Stichting Woonwijze, eigenaar van die woningen en garages, stelde vervolgens beroep in tegen de wijze van vaststelling van de WOZ-waarden.

Woonwijze en de gemeente Vught hebben in onderling overleg het complete woningareaal van Woonwijze ingedeeld in referentiegroepen, waarbij telkens één onroerende zaak (‘de voorbeeldwoning’) als representatief voor de onroerende zaken in de betreffende groep is aangemerkt. Vervolgens bepaalden de partijen op basis van verkooptransacties de waarde van de voorbeeldwoningen. Over die waardes bestaat geen geschil. De stichting en de gemeente zijn het echter niet eens over de vertaalslag waarop (op basis van de waarde van de voorbeeldwoning) de waardes van de onroerende zaken in de betreffende referentiegroep moeten worden bepaald.

Om hun standpunten inzichtelijk te maken hebben de gemeente en Woonwijze, ieder voor zich, 4 voorbeeldwoningen uit het woningbestand van de stichting gekozen, waarbij de vertaalslag naar één of meer onroerende zaken uit de referentiegroep is gemaakt. 

De rechtbank stelt voorop dat de gemeente de vrijheid heeft om de waardeopbouw van een onroerende zaak aan te passen, mits de daarbij gehanteerde eenheidsprijzen per m² en m³ marktconform zijn. De gemeente is bij de wijzigingen in de waardeopbouw ten opzichte van de oorspronkelijke taxatie juist tegemoet gekomen aan het verzoek van de stichting. Volgens de rechtbank geven de aangedragen voorbeelden geen aanleiding voor het oordeel dat de gemeente uitgegaan is van een onjuiste waardeopbouw. Ook heeft de gemeente met de aangehouden prijzen per m² en m³ geen verkeerde verdeling gemaakt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten