Uitspraak in beroepen over demonstratieverbod bij Sinterklaasintocht 2016
Grondrecht

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt voorop dat het recht om te demonstreren een groot goed is en dat dit recht zoveel mogelijk moet worden gewaarborgd. Geen grondrecht is evenwel absoluut. Ook het recht van betoging kan, ter bescherming van bij de wet bepaalde belangen, worden begrensd.
Vrees voor wanordelijkheden
Naar het oordeel van de rechtbank was de vrees van verweerderIn civiel of bestuursrecht: de tegenpartij van de verzoeker of eiser. dat er wanordelijkheden zouden plaatsvinden gerechtvaardigd. Het ontbreken van een kennisgeving van voorgenomen demonstratie is voor de burgemeester één van de omstandigheden geweest die hij heeft betrokken bij zijn inschatting van het gevaar voor het ontstaan van wanordelijkheden in het centrum van Rotterdam.
Confrontatie
De burgemeester heeft verder terecht meegewogen dat moet worden voorkomen dat kinderen die op de intocht afkomen, terecht komen in een confrontatie tussen demonstranten en tegengroeperingen en dat er op 12 november 2016 onvoldoende politiecapaciteit beschikbaar was om een ad hoc betoging van KOZP in goede banen te kunnen leiden.
Zwaarwegende omstandigheden
Alles afwegend waren er zwaarwegende omstandigheden op basis waarvan een demonstratieverbod mocht worden uitgevaardigd. Van een stellingname door de burgemeester over de figuur van Zwarte Piet is geen sprake geweest.