Uitspraak over gebiedsverbod tijdens de marathon en meldingsplicht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Rotterdam > Nieuws > Uitspraak over gebiedsverbod tijdens de marathon en meldingsplicht
Rotterdam, 21 juli 2017

De meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam heeft uitspraak gedaan over nieuwe wetgeving: de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. De minister van Veiligheid en Justitie heeft voor de eerste keer twee maatregelen op grond van deze nieuwe wet opgelegd: een gebiedsverbod en een meldplicht. Tijdens de marathon van Rotterdam op 9 april 2017 mocht betrokkene niet in de buurt van de looproute van de marathon komen, dit omdat hij tijdens de marathon van 2015 op het metrostation Maashaven gedreigd heeft met een aanslag tijdens de marathon. Verder moet hij zich zes maanden lang twee maal per week melden bij de politie.

De minister heeft zijn besluit gebaseerd op twee rapporten van de Hoofdofficier van Justitie waarin een groot aantal gedragingen van betrokkene worden opgesomd. Zo is er een ambtsbericht van de AIVD waarin staat dat in Syrië op een harde schijf een lijst met namen is aangetroffen die worden toegeschreven aan ISIS. Op die lijst komt ook de naam van betrokkene voor. Verder is er de verklaring van de ex-partner dat betrokkene in juni 2014 mogelijk is vertrokken naar de brandhaarden in het Midden-Oosten en de verklaring van betrokkene zelf dat hij in juni 2014 in Turkije is geweest. Ook zijn uit het paspoort een aantal bladzijden gescheurd (vermoedelijk om te verhullen in welke landen het paspoort bestempeld is) en heeft betrokkene zich laten uitschrijven naar een niet bestaand adres in de Verenigde Staten. Dit alles vormt bij elkaar een voldoende basis voor het vermoeden dat betrokkene in Syrië is geweest en zich daar bij ISIS heeft aangesloten. Uit overige incidenten leidt de minister af dat uitlatingen van betrokkene over het islamitisch geloof met de tijd steeds feller worden, dat hij het gedachtegoed van de gewapende jihadstrijd eigen heeft gemaakt en ook dreigt met geweld.

De rechtbank deelt de conclusie van de minister dat er concrete aanwijzingen zijn dat betrokkene op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Daarmee is voldaan aan de criteria van de wet.

In de uitvoering van het gebiedsverbod is verweerder onzorgvuldig geweest. Omdat op de kaart waarop het gebiedsverbod stond ingetekend geen straatnamen stonden, was het niet duidelijk waar de grens van het gebied lag. Het beroep is op dit punt gegrond. De opgelegde meldplicht heeft de rechtbank in stand gelaten.

Uitspraken

Meest gelezen berichten