Verzoeker heeft als ontheemde Oekraïner recht op tijdelijke bescherming en daarmee recht op opvang. De gemeente kan een ontheemde Oekraïner slechts van opvang uitsluiten als:
1. de ontheemde van zijn vrijheid is ontnomen,
2. de minister van Asiel en Migratie de ontheemde de tijdelijke bescherming heeft geweigerd,
3. de ontheemde de Nederlandse nationaliteit bezit.
Geen van deze situaties doet zich in deze zaak voor. Wel is voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker door zijn witwasactiviteiten heeft gehandeld in strijd met het huishoudelijke reglement. De gemeente kan op grond hiervan verstrekkingen, zoals leefgeld, beperken, maar niet de opvang volledig onthouden.
Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgt dat de ontheemde recht houdt op de minimale basisvoorzieningen, zoals een fatsoenlijk onderkomen of middelen om huisvesting te vinden.