Agent gestraft voor schieten op auto, celstraf voor vluchtende chauffeur

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Zeeland-West-Brabant > Nieuws > Agent gestraft voor schieten op auto, celstraf voor vluchtende chauffeur
Breda, 26 oktober 2017

De 27-jarige agent die in november 2014 betrokken was bij een schietincident in Oosterhout is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 150 uur voor poging tot doodslag. De 26-jarige Oosterhouter die voorafgaand aan het schietincident probeerde aan de agent te ontsnappen krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 128 dagen, waarvan 110 dagen voorwaardelijk, voor poging tot zware mishandeling.

Achtervolging en bijna-aanrijding

Op 25 november 2014 weigerde de 26-jarige Oosterhouter, die een fors bedrag aan boetes had openstaan, te stoppen voor de politie. In plaats daarvan volgde een soms wilde achtervolging, die uiteindelijk resulteerde in een poging van de Oosterhouter om de agent aan te rijden en te ontsnappen. De agent kon maar net op tijd opzij springen om mogelijk ernstige verwondingen te voorkomen, aldus de rechter. Vandaar dat de achtervolgde man wordt veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en een deels voorwaardelijke celstraf krijgt opgelegd, zoals de officier van justitie had geëist. De straf valt minder zwaar uit omdat de verdachte nog niet eerder vanwege geweldsfeiten met justitie in aanraking kwam en het proces bovendien lang geduurd heeft. Omdat de man al in voorarrest heeft gezeten hoeft hij niet opnieuw de cel in.

Geen noodweer

Nadat de agent nog net opzij kon springen, schoot hij samen met een collega op de wegrijdende auto. Terwijl zijn collega eenmaal gericht schoot op een achterband, vuurde de 27-jarige agent zijn magazijn met 8 kogels leeg op de wegrijdende auto. Volgens de rechtbank kan niet worden gesteld dat er sprake was van noodweer, omdat de agent zelf heeft verklaard dat hij schoot om de auto te laten stoppen en niet meer ter verdediging in een bedreigende situatie.

Bijzondere bescherming

De rechtbank neemt net als de officier van justitie als uitgangspunt dat het politiekorps, dat zich in de frontlinie tegen misdaad en geweld bevindt, in principe bijzondere bescherming geniet bij functionele geweldshandelingen. De bevoegdheid om een dienstwapen te dragen vraagt echter ook om verantwoordelijkheidsbesef en terughoudendheid, aldus de rechtbank. De agent houdt vol zijn wapen terecht te hebben gebruikt en niet anders te hebben kunnen handelen. De rechtbank erkent de lastige situatie waarin de agent zich bevond. Omdat het beroep op noodweer wordt verworpen is er hier echter sprake van een strafbare poging tot doodslag. Voor een dergelijk feit is ook voor een beschermde functionaris een straf gepast, aldus de rechter. Daarom wordt de agent veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf.

Uitspraken

Meest gelezen berichten