Verdachte overleden: rechtbank verklaart OM niet-ontvankelijk
Breda – De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Zeeland-West-Brabant heeft het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een 64-jarige vrouw. Zij is deze week overleden. De vrouw werd verdacht van het doden van haar vriend, een supermarkteigenaar uit Halsteren.
Op 7 en 11 september van dit jaar werd de zaak inhoudelijk behandeld in de rechtbank van Breda. De rechtbank bepaalde tijdens de laatste zittingsdag dat het onderzoek op 27 september 2023 zou worden gesloten en dat er diezelfde dag uitspraak zou worden gedaan. Omdat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. 2 dagen voor de uitspraakdatum is overleden, kan er geen inhoudelijke uitspraak meer komen waarin de rechtbank oordeelt over de schuld of onschuld van verdachte. In de wet staat namelijk dat je een persoon niet meer kunt vervolgen als die is overleden. Het Openbaar Ministerie heeft daarom vandaag aan de rechtbank gevraagd om haar niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. te verklaren in de vervolging van verdachte. Dat heeft de rechtbank gedaan.
