Laden...

Perry Quak

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechters > Bijzondere Rechters > Perry Quak

‘Wie deserteert, kan gevangenisstraf krijgen’

De militaire kamer in Arnhem berecht Nederlandse militairen die verdacht worden van strafbare feiten, waar ook ter wereld begaan. 'Er zitten ook kolonels in, die tevens jurist zijn', zegt voorzitter Perry Quak. 'De meervoudige kamer bestaat uit 2 burgerrechters in toga en een militair lid in uniform.'

Een aparte kamer voor militairen is nodig omdat zij een bijzondere positie hebben. 'Ze kunnen altijd over wapens beschikken en moeten die soms ook gebruiken. Een fout met een vuurwapen kan heel wat ernstiger gevolgen hebben dan menige fout die een burger tijdens het werk maakt. Bovendien werken ze in een hiërarchische wereld, met eigen verhoudingen. Er zijn speciale wetten en regels die alleen voor militairen gelden en tijdens internationale missies moeten ze zich houden aan internationaal recht en oorlogsrecht. Het is voor hun eigen veiligheid en die van de burgerbevolking van groot belang dat militairen bevelen opvolgen, op hun collega's kunnen vertrouwen en wapens alleen gebruiken onder bepaalde omstandigheden. Weigering van een dienstbevel is daarom strafbaar. Wie in de burgermaatschappij bijvoorbeeld zomaar wegblijft van zijn werk, kan worden ontslagen. In het leger kan dat tot gevangenisstraf leiden.'

Portret van Perry Quak Perry Quak

Gevangenisstraf?

'Ja dat komt voor, maar wij kunnen ook een taakstraf of boete opleggen. Deserteurs blijken nogal eens psychische problemen te hebben. Wij onderzoeken in hoeverre hun gedrag verwijtbaar is en beoordelen of zij een onveilige situatie hebben veroorzaakt. Verder houden we rekening met de bijzondere omstandigheden waaronder militairen moeten werken. Stel: een militair steelt aan boord van een schip. Dat vinden wij zeer ernstig. Zo’n schip is relatief klein, er zijn veel mensen aan boord, dan is harmonieus samenleven erg belangrijk. Diefstal kan het onderlinge vertrouwen van de bemanning aantasten en daarmee het functioneren van het schip in gevaar brengen. Daarom bestraffen wij zo’n diefstal vaak zwaarder dan een vergelijkbaar vergrijp in de burgermaatschappij.

Militairen met maximaal 6 maanden gevangenisstraf gaan naar een speciale militaire gevangenis in Stroe. Daar kunnen gedetineerden hun conditie en vaardigheden op peil houden, zodat ze na hun straf weer als militair ingezet kunnen worden. Tenzij ze vanwege de veroordeling hun veiligheidsverklaring verliezen en ontslagen worden door Defensie.'

Behandelt de militaire kamer alleen delicten die samenhangen met het beroep?

‘Nee, meestal niet zelfs. Het enige criterium is dat de verdachte militair was toen hij of zij het strafbare feit pleegde. Militairen rijden ook wel eens onder invloed of maken zich schuldig aan uitgaansgeweld, zonder dat dat verband houdt met hun werk. Opvallend is dat wij relatief weinig vermogensdelicten zien – mogelijk omdat alle militairen een vast inkomen hebben. Gewelds- en zedendelicten zijn juist géén uitzondering. Dat komt denk ik omdat bij de krijgsmacht veel jonge mannen werken. Maar het kan ook zijn dat ze op uitzending iets hebben meegemaakt waardoor ze hun agressie niet goed kunnen reguleren, of dat de stoppen doorslaan doordat ze een traumatische gebeurtenis herbeleven. Daar zijn wij altijd alert op. Vooral de militaire leden van onze kamer hebben daar een scherp oog voor.’

Is er veel veranderd sinds de afschaffing van de dienstplicht?

‘Ja. Vroeger waren er veel meer tuchtzaken om dienstplichtigen in het gareel te houden. Denk aan militairen die te laat op de kazerne komen of een dienstbevel niet opvolgen. Zij kregen een tuchtstraf, meestal een boete, en konden daartegen in beroep bij de militaire kamer. Tegenwoordig hebben we nog maar een paar tuchtzaken per jaar. Dat komt, denk ik, doordat militairen nu allemaal professionals zijn, die er belang bij hebben hun baan te houden.’

Is een speciale militaire kamer dan nog wel nodig?

‘Jazeker. Al was het maar omdat wij over de hele wereld jurisdictie hebben over Nederlandse militairen. Iemand die bijvoorbeeld is uitgezonden naar Afghanistan en daar wordt verdacht van het plegen van een misdrijf, wordt door ons berecht. Je moet er toch niet aan denken dat hij voor een Afghaanse rechter moet komen. Bovendien kennen wij de wereld waarin militairen zich bewegen. Vanwege de complexe regels en bijzondere omstandigheden waar zij in hun werk mee te maken krijgen, is de kennis en ervaring van onze militaire leden van onschatbare waarde.’