Indirecte discriminatie in de Regeling dienstverlening aan huis
Wat is er aan de hand?
Een mevrouw werkte op vijf dagen per week gemiddeld 27,5 uur per week in particuliere huishoudens. Zij werd niet betaald uit een persoonsgebonden budget.
Omdat zij voor geen enkele werkgever vier of meer dagen per week werkte, was zij uitgesloten van de verplichte Zie: Inverzekeringstelling voor de ZW. Toen de vrouw ziek werd deed zij een beroep op een ziektewetuitkering. Deze werd door het Uwv geweigerd. Hiertegen is zij in beroep gegaan. Het gaat in deze rechtszaak om de vraag of het terecht is dat iemand in haar situatie uitgesloten wordt van de verplichte verzekering. Deze uitsluiting is een gevolg van een wetsbepaling die onderdeel is van de ‘Regeling dienstverlening aan huis’. Zie hieronder voor meer uitleg over de regeling.
| De uitsluiting van de verplichte verzekering is een gevolg van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van de ZW, dat deel uitmaakt van de Regeling dienstverlening aan huis. Deze regel zegt dat bepaald werk voor de wet geen gewone dienstbetrekking is. Het gaat om iemand die werk doet in of rond het huis van een particulier. Denk aan schoonmaken, koken, boodschappen doen, op de kinderen passen of iemand helpen met persoonlijke verzorging. Als die persoon dat werk minder dan vier dagen per week voor hetzelfde huishouden doet, valt het onder de Regeling dienstverlening aan huis. De particulier die iemand inhuurt, hoeft dan geen loonheffingen in te houden en geen premies te betalen. Er is ook geen loonadministratie nodig. Dat maakt het voor particulieren een stuk makkelijker om hulp in te schakelen. Voor de werknemer betekent het dat er geen verzekering is voor de ZW, de WIA, WAZO en de WW. Bij bijvoorbeeld ziekte of werkloosheid is er dus geen uitkering van het Uwv. De werknemer moet het inkomen wel opgeven bij de Belastingdienst via de aangifte inkomstenbelasting. Toch heeft de werknemer ook rechten. Er geldt minimumloon, vakantiegeld en vakantiedagen. Bij ziekte moet de particulier het loon nog zes weken doorbetalen. Kort gezegd betekent het dus dat iemand die minder dan vier dagen per week thuis bij een particulier werkt, voor onder andere de ZW niet als gewone werknemer wordt gezien. Daardoor gelden er minder verplichtingen voor de particuliere werkgever, maar ook minder zekerheid voor de werknemer. |
|---|
Is uitsluiting van de verplichte verzekering indirecte discriminatie?
De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelde al eerder dat het genoemde deel van artikel 6 van de ZW, vooral vrouwen treft. Huishoudelijk werk wordt namelijk veel vaker door vrouwen gedaan dan door mannen.
De CRvB is het in Het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. eens met het oordeel van de rechtbank. De uitsluiting van verplichte verzekering levert een indirecte discriminatie van vrouwen op. Het Uwv heeft niet aangetoond dat voor deze discriminatie een rechtvaardiging bestaat. Het Uwv heeft namelijk niet kunnen onderbouwen dat de huidige uitsluiting van verplichte verzekering voor de ZW geschikt en noodzakelijk is om de gestelde doelen van bevordering van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te behalen.
| De commissie Kalsbeek heeft in 2014 al geconcludeerd dat de Regeling dienstverlening aan huis nauwelijks effectief is in het bereiken van de gestelde doelen om de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening te stimuleren en illegale arbeid te voorkomen. Ook nu in 2026 zijn er geen onderzoeken of rapporten die hierop een echt ander licht werpen. Na een SER-advies van 2020, waarin op basis van internationale rechtsvergelijking diverse beleidsalternatieven werden onderzocht, en een kamerbrief uit 2021 waarin twee denkrichtingen werden uitgewerkt, is er geen begin van een onderzoek geweest naar de toepasbaarheid van in andere landen geïntroduceerde en beproefde systemen of andere alternatieven die niet indirect discriminerend werken in de Nederlandse situatie. Bij die stand van zaken heeft het Uwv ook de noodzaak niet aangetoond. |
|---|
Bevestiging uitspraak
De CRvB bevestigt de uitspraak van de rechtbank in deze zaak.
Het Uwv mag in de beoordeling of de vrouw recht heeft op een ziektewetuitkering, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c van de ZW, onderdeel van de Regeling dienstverlening aan huis, niet meenemen.
Het Uwv heeft dertien weken na verzending van deze uitspraak de tijd om opnieuw te beslissen op de aanvraag van de vrouw voor een uitkering op basis van de ZW.