Conclusie raadsheer advocaat-generaal over afgeleid belang in het sociaal domein
Verzoek aan raadsheer advocaat-generaal
De advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. is gevraagd te onderzoeken aan de hand van welke maatstaven moet worden beoordeeld of een derde belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij een niet aan die derde geadresseerde beschikking waarbij het recht op uitkering of een andere financiële aanspraak van de geadresseerde in het sociale domein wordt vastgesteld. Daarbij is, met het oog op de zaak van de verzekeraar, ook aandacht gevraagd voor het vraagstuk van rechtsbescherming bij ketenbesluitvorming: moet de derde opkomen tegen het besluit over de uitkering of financiële aanspraak van de geadresseerde, of kan/moet hij het besluit afwachten waarbij die uitkering of financiële aanspraak op hem wordt verhaald?
Ankerpunten en vuistregels
In zijn conclusie formuleert de advocaat-generaal twee normatieve ankerpunten die bij de invulling van het belanghebbendebegrip en het leerstuk van afgeleid belang in elk geval moeten worden gerealiseerd. Vervolgens formuleert de advocaat-generaal vijf vuistregels die voor de rechtspraak richtinggevend zouden moeten zijn bij de toepassing van het leerstuk. De ankerpunten gelden als minimumvereiste of ondergrens en als zodanig zijn zij (mede) bepalend voor de vuistregels. Door toepassing van de ankerpunten en vuistregels komt de advocaat-generaal tot de conclusie dat de zorgverlener en de verzekeringsmaatschappij in de twee aangespannen zaken zijn aan te merken als belanghebbendeIemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft. en dat zij dus kunnen procederen tegen de afgegeven besluiten.
Verdere gang van zaken
Partijen die bij deze procedures betrokken zijn, krijgen de mogelijkheid om op deze conclusie te reageren. Hierna zal de grote kamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. van de CRvB uitspraak doen. Deze grote kamer bestaat uit vijf rechters, van wie er twee afkomstig zijn van de CRvB, een van het College van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. voor het bedrijfsleven en twee van de Afdeling bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State. De conclusie van de raadsheer advocaat-generaal geeft voorlichting aan de CRvB, maar bindt hem niet.