Gemeente mocht pgb-uurtarief baseren op minimumloon
De Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. (CRvB) heeft vandaag in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. twee uitspraken gedaan over de hoogte van een pgb-tarief in de Jeugdwet.
Waar gaan de zaken over?
Het gaat om twee zaken die spelen in twee verschillende gemeenten (Venlo en Breda). In beide zaken gaat het om een jeugdige die met een persoonsgebonden budget (pgb) zorg inkoopt bij een van zijn ouders. Op grond van de Jeugdwet hebben de jeugdigen in deze zaken recht op een vergoeding daarvoor in de vorm van een pgb. Het geschil ging over de hoogte van het pgb-uurtarief dat de gemeente moest vergoeden. In de gemeente Venlo was dat tarief € 20,- per uur. De gemeente Breda had het uurtarief gebaseerd op het minimumloon.
Daar waren de jeugdigen het niet mee eens. Zij vonden dat het pgb-uurtarief voor individuele begeleiding hoger moest zijn en dat het zou moeten aansluiten bij de hoogste periodiek van de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT).
De uitspraken van de Centrale Raad van Beroep
In de uitspraken van vandaag krijgen de gemeenten gelijk. Dit betekent dat de gemeenten Breda en Venlo het pgb-uurtarief voor jeugdhulp vanuit het sociaal netwerk niet hoeven te baseren op de hoogste periodiek van de cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). Uit de Jeugdwet volgt dat het tarief toereikend moet zijn om de jeugdhulp daadwerkelijk in te kunnen kopen. Het is aan de gemeente om te bepalen welk tarief in welke situatie toereikend is. In deze zaken waren de tarieven van de gemeenten Venlo en Breda toereikend.
Meer informatie
Dit is een persbericht op basis van onderstaande uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit persbericht en de uitspraak, is de uitspraak beslissend. Met eventuele vragen over dit persbericht kunt u contact opnemen met de afdeling communicatie via communicatie.crvb@rechtspraak.nl.