Nieuwe start na Oostenrijkse schuldsanering voor Nederlandse oud-student met studieschuld

Studieschuld
Op 1 januari 2012 moet de oud-student starten met het aflossen van zijn studieschuld. Eind 2018 vraagt hij aan DUO om het maandelijkse bedrag dat hij moet betalen te verlagen in verband met een sterke inkomensdaling. Dit verzoek wordt goedgekeurd. Maar hiermee is de oud-student nog niet tevreden, hij maakt bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. tegen het besluit.
Zijn argument is dat hij van 2008 tot en met 2015 een Oostenrijks schuldsaneringstraject heeft doorlopen. En dat door dit traject ook zijn Nederlandse studieschuld is geschrapt. Mocht er toch nog sprake zijn van een resterende studieschuld dan vindt hij dat het bedrag dat hij tussen 2012 tot 2018 had moeten aflossen, op nul moet worden gezet. DUO wijst dit verzoek in 2019 af en de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. geeft DUO in 2020 gelijk.
Schuldsanering
De CRvB wil voordat hij uitspraak doet eerst meer duidelijkheid hebben van DUO over hoe het besluit dat genomen is, zich verhoudt tot artikel 299a van de Faillisementswet. Daarin is bepaald dat tijdens de toepassing van de (Nederlandse) schuldsaneringsregeling de aflossing van studieschuld wordt opgeschort en geen rente is verschuldigd over de studieschuld. DUO laat weten dat dit wetsartikel alsnog zal worden toegepast in de situatie van de oud-student ook al heeft hij het schuldsaneringstraject doorlopen in Oostenrijk. DUO doet een nieuw betalingsvoorstel voor de periode 2012 tot en met 2018. Daarnaast zal DUO met terugwerkende kracht het verzoek beoordelen om het maandbedrag vanaf 2019 te verlagen.
De oud-student vindt het een constructief voorstel. Hij stemt hier alleen niet mee in voordat de CRvB zijn oordeel heeft gegeven over de stelling dat zijn studieschuld, in overeenstemming met het Europees recht, is geschrapt door het schuldsaneringstraject in Oostenrijk.
Nieuw besluit
De CRvB oordeelt dat het Europees Unierecht, in het bijzonder Verordening nr. 1346/2000 over insolventieprocedures, niet van toepassing is op de situatie van de oud-student. De schuldrelatie tussen de oud-student en DUO wordt bepaald door het Nederlands insolventierecht en niet door het Oostenrijkse insolventierecht. De oud-student is dus nog niet verlost van zijn studieschuld.
De rechter oordeelt wel dat DUO een nieuw besluit moet nemen over de studieschuld en de aflossing. De oud-student wordt niet tekortgedaan als DUO daarbij doet alsof de oud-student een Nederlands in plaats van een Oostenrijks schuldsaneringstraject heeft doorlopen. Helemaal als niet alleen de betalingsachterstand over 1 januari 2012 tot 15 juli 2015 wordt gecorrigeerd, maar ook de betalingsachterstand over 15 juli 2015 tot 1 januari 2019. Hierdoor valt de studieschuld van de oud-student een stuk lager uit. Met de financiële situatie van de oud-student en zijn partner kan voldoende rekening worden gehouden als ze jaarlijks een draagkrachtmeting aanvragen bij DUO. De CRvB concludeert: Hoewel de schuld niet volledig wordt kwijtgescholden en de oud-student niet met een schone lei begint, krijgt hij wel een nieuwe start.
Meer informatie
Dit is een persbericht op basis van onderstaande uitspraak van de Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter.. Bij verschil tussen dit persbericht en de uitspraak, is de uitspraak beslissend.
Voor eventuele vragen over dit persbericht kunt u contact opnemen met de afdeling Communicatie, telefoon: 06 11 53 45 12 of e-mail: communicatie.crvb@rechtspraak.nl.