Utrecht|

Uitleg van de Wet langdurige zorg

De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 25 april 2018 de Wet langdurige zorg (Wlz) uitgelegd.

Artikel 3.2.1, derde lid, biedt zelfstandige grondslag voor toegang tot Wlz

CIZ legde de Wlz zo uit dat om tijdelijk toegang tot Wlz-zorg te hebben zoals geregeld in het derde lid, eerst sprake moest zijn van een grondslag die is genoemd in het eerste lid van artikel 3.2.1, voordat onderzocht kon worden of iemand toegang tot de Wlz had op grond van het derde lid. De Centrale Raad heeft bepaald dat artikel 3.2.1, derde lid, naast de grondslagen in het eerste lid, een zelfstandige grondslag vormt voor toegang tot Wlz-zorg. De woorden “in afwijking van het eerste lid” in dit artikellid duiden er op dat de wetgever het bedoeld heeft als zelfstandige grondslag. Dit is ook te lezen in de Kamerstukken die een toelichting geven op de Wlz.

Eindoordeel

De Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Amsterdam. Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is in deze zaak een eindoordeel. Partijen kunnen tegen deze uitspraak dan ook geen hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. instellen.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.