CBb rondt landbouwproject succesvol af
De 500ste zaak - inhoudelijk
Binnen het landbouwproject zijn door het CBb zaken over uiteenlopende onderwerpen behandeld op het terrein van het landbouwbeleid van de EU.
In de 500ste zaak was het de vraag of een landbouwer in het kader van de vergroeningsbetaling had voldaan aan de vergroeningsvoorwaarden. Landbouwers kunnen hier aan voldoen door het inzaaien van vanggewassen, dat zijn gewassen die de uitspoeling van meststoffen moeten tegengaan. De landbouwer moet deze vanggewassen dan wel ten minste 10 weken op het perceel laten staan. Hierbij is de inzaaidatum van belang die, uiterlijk op de dag van het inzaaien van het perceel met het vanggewas, aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) moet worden doorgegeven. Anders gaat RVO ervan uit dat het perceel op 30 september 2016 is ingezaaid. Dit was hier het geval. RVO heeft door middel van teledetectie geconstateerd dat het vanggewas, na de veronderstelde inzaaidatum 30 september 2016, niet ten minste 10 weken op het perceel heeft gestaan. Omdat de landbouwer niet heeft voldaan aan de vergroeningsvoorwaarden voor het jaar 2016 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit terecht een korting op zijn vergroeningsbetaling toegepast.
Afronding landbouwproject
Met deze uitspraak is het landbouwproject succesvol afgerond. Mede door het landbouwproject zal het CBb dit jaar aanzienlijk meer zaken afdoen dan in de voorgaande jaren. Het heeft ook bijgedragen aan de verdere intensivering van de samenwerking tussen de hoogste bestuursrechters.
Deze uitspraak is definitief, het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is de eindrechter in deze zaak. De volledige uitspraak is via onderstaande link te raadplegen. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met: Celeste de Wit, afdeling persvoorlichting, tel. 088 362 0454 of 088 362 3910.