Den Haag|

CBb stelt vragen aan EU-hof over prijsafstemming op de televisiemarkt

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) vraagt in een uitspraak van vandaag uitleg aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU-hof) over het Europese recht.

Deze uitspraak gaat over prijsafstemming voor online verkoopprijzen tussen Samsung als producent van televisies en zeven detailhandelaren. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft vastgesteld dat Samsung tussen januari 2013 en december 2018 regelmatig de online verkoopprijzen van detailhandelaren bepaalde en zo hun vrijheid beperkte om hun eigen prijsbeleid te voeren. Dat gebeurde door uitdrukkelijke en herhaalde verzoeken van Samsung aan detailhandelaren om de adviesverkoopprijs te volgen. De detailhandelaren volgde deze verzoeken niet alleen op, maar vroegen Samsung ook op te treden tegen detailhandelaren die een lagere prijs hanteerden. Deze prijsafstemming is een verboden beperking van de mededinging. De ACM heeft aan Samsung een boete opgelegd van bijna 40 miljoen euro. Samsung is het daar niet mee eens. Zij stelde beroep in tegen het besluit van de ACM. De rechtbank Rotterdam heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak heeft Samsung hoger beroep ingesteld bij het CBb.

Samsung vindt dat zij de vrijheid van haar detailhandelaren om hun prijzen vast te stellen niet heeft beperkt. Zij heeft alleen maar prijsadviezen gegeven. Zij heeft de detailhandelaren ook niet onder druk gezet om die op te volgen. In de uitspraak van vandaag volgt het CBb Samsung daarin niet.

De ACM heeft vastgesteld dat de prijsafstemming tussen Samsung en de detailhandelaren als vooropgezet doel heeft de mededinging te beperken (een strekkingsbeperking). In zo’n geval hoeven de werkelijke gevolgen voor de mededinging niet te worden onderzocht.

Samsung vindt dat de ACM ook bij een prijsafstemming die de strekking heeft de mededinging te beperken, niet alleen moet bezien of de afstemming schadelijk kan zijn voor de concurrentie tussen verkopers van Samsung-televisies (de intrabrand-concurrentie). De ACM had ook moeten bezien of de prijsafstemming schadelijk kan zijn voor de concurrentie tussen Samsung-televisies en televisies van andere merken (de interbrand-concurrentie). Maar volgens de ACM is dat bij een strekkingsbeperking juist niet nodig.

Het antwoord op de vraag welk standpunt juist is, is afhankelijk van de uitleg van Europees recht. Daar bestaat nog geen duidelijkheid over. Die uitleg vraagt het CBb daarom aan het EU-hof. Het CBb wil weten of een mededingingsautoriteit, zoals de ACM, bij een strekkingsbeperking ook de schadelijkheid voor de interbrand-concurrentie moet onderzoeken. Als dat zo is, wil het CBb ook weten in welke soorten gevallen zo’n onderzoek moet worden gedaan en wat de mededingings-autoriteit dan precies moet onderzoeken.

Pas nadat het EU-hof de vragen heeft beantwoord, kan het CBb definitief uitspraak doen.
 

De volledige uitspraak is via onderstaande link te raadplegen. Bij verschil tussen dit persbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met: Celeste de Wit, afdeling persvoorlichting, tel. 06 22812976 of Administratie CBb 088 362 3910.