College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt conclusie over boetestelsel Meststoffenwet
Kernvraag is of de bestraffing van te grote hoeveelheden stikstof en fosfaat in mest door een bestuurlijke boete mogelijk is zonder in strijd te komen met het Handvest van de grondrechten van de Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Beantwoording van deze vraag is noodzakelijk voor de rechtsontwikkeling op het specifiek aan het CBb toevertrouwde rechtsgebied van de meststoffenwetgeving.
De zaken worden op 6 april 2018 behandeld door een meervoudige kamerEen kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. van het CBb. Binnen zes weken na de zitting neemt de raadsheer advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. de conclusie. De partijen krijgen vervolgens twee weken de tijd om daarop te reageren. Daarna zal het CBb uitspraak doen. De conclusie geeft voorlichting aan het CBb en bindt het CBb niet.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met:
Celeste de Wit, afdeling persvoorlichting, tel. 088 362 0454 of 088 362 3910.