De minister van Economische Zaken en Klimaat mag een groep startende ondernemers geen subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) weigeren voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020, omdat zij geen omzet hebben gemaakt vóór 15 maart 2020 (referentieperiode). In de TVL ontbreekt ten onrechte een voorziening om voor deze ondernemers een andere referentieperiode te hanteren, zoals die wel is ingevoerd vanaf Q1 van 2021. Dat oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in een procedure die een startende ondernemer aanspande tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag.