Huishoudelijk reglement gerechtshof Amsterdam

Bestuur

Artikel 1. Werkwijze bestuur

  1. Het bestuur bestaat uit 3 leden. De voorzitter van het bestuur draagt de titel presidentDe voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof en van de Hoge Raad heet president. Ook de rechter die een zitting van een rechtbank of hof voorzit, wordt president of voorzitter genoemd..
  2. Het bestuur komt minstens twaalf maal per jaar bijeen.
  3. Het bestuur vergadert volgens een tevoren vastgesteld jaarschema. De president doet daartoe een voorstel.
  4. Het bijeenroepen van de vergadering geschiedt door een schriftelijke of digitale kennisgeving aan de leden van het bestuur.
  5. Buiten het schema komt het bestuur bijeen
    1. op verzoek van de president, of
    2. op gezamenlijk verzoek van de overige twee leden van het bestuur.
  6. Een bijeenkomst als bedoeld in het 5e lid, onderdeel b, wordt binnen zeven dagen gehouden nadat het verzoek bij de president is binnengekomen.

Het bestuur komt tweemaal per jaar bijeen voor het evalueren van zijn werkwijze

Artikel 2. Agenda en verslag

  1. De president is verantwoordelijk voor het opstellen van een agenda voor elke bijeenkomst en voor het verslag van elke bijeenkomst. De agenda wordt tijdens de bijeenkomst vastgesteld. De president plaatst in ieder geval op de agenda:
    1. de door een lid van het bestuur tijdig opgegeven onderwerpen;
    2. het verslag van de vorige bijeenkomst.
  2. De president is verantwoordelijk voor de verzending van de kennisgeving, bedoeld in artikel 1, vierde lid, de agenda en eventuele overige stukken aan de leden van het bestuur. Dit gebeurt in beginsel voor het weekeinde voorafgaand aan de bijeenkomst en in ieder geval twee werkdagen daaraan voorafgaand.
  3. De president is verantwoordelijk voor het opstellen van een verslag zo spoedig mogelijk na een bijeenkomst. Het bestuur kan besluiten dat beraadslagingen of besluiten over een of meerdere onderwerpen niet in het openbaar te maken gedeelte van het verslag worden opgenomen.
  4. Het verslag, bedoeld in het derde lid, wordt in de eerstvolgende bijeenkomst vastgesteld en vervolgens binnen het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. bekend gemaakt.

Artikel 3. Orde

  1. Besluiten kunnen slechts worden genomen in een bijeenkomt waarin minstens twee leden van het bestuur aanwezig zijn.
  2. Een bijeenkomst wordt voorgezeten door de president.
  3. Indien de president afwezig is, zit een ander lid van het bestuur de bijeenkomst voor. Dit lid wordt door de president aangewezen. Bij gebreke van een aanwijzing1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. zit het oudst benoemde bestuurslid voor.
  4. De voorzitter van de bijeenkomst kan de vergadering schorsen.
  5. De voorzitter van de bijeenkomst bepaalt de duur van de schorsing en het moment van hervatten van de bijeenkomst.

Artikel 4. Besluitvorming tijdens bijeenkomst

  1. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken geeft de stem van de president de doorslag.
  2. Buiten de in art. 6 omschreven wijze van besluitvorming kan een lid van het bestuur zijn stem alleen tijdens een bijeenkomst uitbrengen.
  3. Blanco stemmen worden beschouwd als niet uitgebrachte stemmen.
  4. De president is verantwoordelijk voor het opnemen van een besluitenlijst in het verslag, bedoeld in artikel 2, derde lid.

Artikel 5. Besluitvorming buiten bijeenkomst

  1. In door de president te bepalen gevallen kan buiten een bijeenkomst een besluit worden genomen.
  2. In de in het vorige lid bedoelde gevallen wordt alle leden van het bestuur een schriftelijk dan wel digitaal voorstel daartoe, voorzien van een motivering, voorgelegd.
  3. Indien geen van de bestuursleden te kennen geeft dat hij het voorstel op de agenda van de eerstvolgende bijeenkomst geplaatst wil hebben, neemt de president namens het bestuur het desbetreffende besluit.
  4. Het besluit wordt opgenomen in de besluitenlijst van de eerstvolgende bijeenkomst.

Artikel 6. Onverwijlde besluitvorming

Indien besluitvorming onverwijld gewenst is en besluitvorming niet langs reguliere weg kan plaats vinden, is de president – of bij zijn afwezigheid (in volgorde): het oudst benoemde lid van het bestuur dan wel het andere lid van het bestuur - gemachtigd te beslissen. Hij doet dit zoveel mogelijk in overeenstemming met de aanwezige of bereikbare leden van het bestuur.

Artikel 7. Taakverdeling

  1. De president is voorzitter van het bestuur. Hij vertegenwoordigt het gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad.. Hij is de bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Jaarplan en jaarverslag behoeven zijn goedkeuring. Hij oefent de overige in de wet aan hem toebedeelde taken uit. De president houdt de functioneringsgesprekken met de overige bestuursleden.
  2. Het bestuur stelt de inhoud van de portefeuille bedrijfsvoering vast en belast het niet- rechterlijk lid van het bestuur met die portefeuille. Dit lid vertegenwoordigt het bestuur (als regel) in (landelijke) overleggen over bedrijfsvoering. Het bestuur kan onderdelen van de portefeuille bedrijfsvoering aan een ander lid opdragen.
  3. Het bestuur stelt de inhoud van de portefeuille kwaliteit vast en belast één van de rechterlijke leden met die portefeuille. Dit lid vertegenwoordigt het bestuur (als regel) in (landelijke) overleggen over kwaliteit. Het bestuur kan onderdelen van de portefeuille kwaliteit aan een ander lid opdragen.
  4. Voor het overige en voor zover de taakomschrijving niet uit de wet voortvloeit, omschrijft het bestuur in een document getiteld “portefeuilleverdeling bestuur gerechtshof Amsterdam" hoe de aandachtsgebieden, taken en verantwoordelijkheden onder de bestuursleden zijn verdeeld. Dit document wordt ter kennis gebracht van de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. en is op de Introsite van het gerecht te raadplegen voor de bij het gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren.
  5. Bij de vaststelling van het takenpakket van de bestuursleden hanteert het bestuur scheiding tussen bestuur en management als uitgangspunt. Het managen van de verschillende onderdelen van het gerechtshof vindt in hoofdzaak plaats door een afdelingsvoorzitter, teamvoorzitters en teammanagers.

Artikel 8. Machtiging

  1. In het in art. 7 lid 4 bedoelde document is tevens opgenomen in hoeverre individuele bestuursleden binnen het bereik van hun portefeuille gemachtigd zijn namens het bestuur te beslissen.
  2. Door het bestuur wordt een mandaatsbesluit vastgesteld, waarin is opgenomen, welke bevoegdheden door het bestuur aan andere functionarissen in het gerecht zijn gemandateerd of een volmachtEen verzoekschrift is een document waarmee u de procedure start en waarin u de rechter vraagt om iets te beslissen. Het verzoekschrift moet aan bepaalde eisen voldoen. is verleend.

Artikel 9. Vervanging van bestuursleden

  1. Het bestuur draagt zorg voor een regeling voor de vervanging van bestuursleden die wegens vakantie, externe verplichtingen en kortdurend verzuimTe laat zijn met het nakomen van een verplichting, zoals het betalen van een rekening. De wet geeft regels die aangeven of iemand daadwerkelijk in verzuim is. afwezig zijn door een van de andere bestuursleden. De regeling is zodanig dat de uitvoering van de taken van het te vervangen bestuurslid is gewaarborgd. De vervangingsregeling wordt aan de Raad voor de rechtspraak en de bij het gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren en gerechtsambtenaren bekend gemaakt.
  2. Bij een onvoorziene langere afwezigheid – langer dan 30 dagen – wordt de president vervangen door het rechterlijk lid van het bestuur en kan een ander lid van het bestuur dat niet in staat is aan de werkzaamheden van het bestuur deel te nemen worden vervangen door:
    1. een na overleg met de Raad voor de rechtspraak door het bestuur aangewezen rechterlijk ambtenaar, indien het een rechterlijk lid is;
    2. een na overleg met de Raad voor de rechtspraak door het bestuur aangewezen
  3. Een vervanger als bedoeld in het vorige lid, heeft dezelfde rechten als het lid dat hij vervangt. Indien hij lid is van de rechterlijke machtRechters en officieren van justitie. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. of werkzaam is als gerechtsambtenaar ontvangt hij een vervangingstoelage.
  4. De vervanging eindigt:
    1. als het desbetreffende lid zijn plaats in het bestuur weer inneemt;
    2. als de vervanger hierom schriftelijk het bestuur verzoekt;
    3. als het bestuurslidmaatschap van het desbetreffende lid eindigt;
    4. als de Raad voor de rechtspraak beslist dat de vervanger onvoldoende functioneert.

Artikel 10. Uitgaande stukken

Namens het gerecht uitgaande stukken, niet zijnde processtukken en correspondentie die op gerechtelijke procedures betrekking heeft, worden door president, dan wel het meest betrokken lid van het bestuur ondertekend.

Artikel 11. Slotbepaling

Dit huishoudelijk reglement komt in plaats van het huishoudelijk reglement d.d. 18 december 2012.

Aldus vastgesteld te Amsterdam op 7 januari 2025