Uitspraak hof naheffingsaanslag omvangrijke btw fraude bevestigd
Controlerapport
Een inspecteur ontving 135 internationale verzoeken om inlichtingen op het gebied van de btw die betrekking hadden op intracommunautaire leveringen door Iemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft.. De inspecteur startte naar aanleiding daarvan een controle. De conclusie van het controlerapport luidt dat belanghebbende zich schuldig maakte aan btw-fraude, zodat zij geen recht heeft op aftrek van voorbelasting ter zake van inkopen voorafgaand aan intracommunautaire leveringen aan zogenoemde ‘missing traders’. Dat zijn ondernemers die onvindbaar zijn en hun belastingverplichtingen niet nakomen. Het betreft 32 missing traders in Spanje, twaalf in Roemenië, zeven in Italië, één in Frankrijk en zeven in Nederland. De inspecteur legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag omzetbelasting op van € 33.725.496 een vergrijpboete van € 15.309.226.
Uitspraken

De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verklaarde eerder het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de hele naheffingsaanslag en de boete. De rechtbank achtte niet bewezen dat belanghebbende wist dan wel had moeten weten van de btw-fraude in de (internationale) keten. Het Gerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. denkt hier anders over. Hij acht voor de Spaanse en Roemeense afnemers aannemelijk dat belanghebbende wist dan wel had moeten weten van de btw-fraude. De naheffingsaanslag werd in Het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. grotendeels in stand gelaten (en verminderd tot op afgerond € 17.000.000).
De tegen dit oordeel in cassatie aangevoerde grieven falen. Wel wordt de vergrijpboete, die door het hof al was verminderd tot op € 980.000, vernietigd omdat volgens de Hoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. sprake is van een pleitbaar standpunt.