Nieuwe verdediging Ridouan T. krijgt ruime voorbereidingstijd

Amsterdam|
In de strafzaak tegen Ridouan T. heeft het hof vandaag beslist op het verzoek dat door zijn nieuw aangetreden advocaten op 12 juni ’26 is gedaan. Dat verzoek heeft betrekking op de voortgang van de behandeling van zijn strafzaak. Het hof heeft in dat verband aangegeven dat de strafzaak tegen Ridouan T. niet eerder dan ná maart 2028 inhoudelijk ter terechtzitting zal worden behandeld. De advocaten krijgen aldus vanaf 1 september aanstaande vooralsnog 18 maanden de tijd om zich voor te bereiden op de verdediging van hun cliënt. Tijdens deze voorbereidingstijd worden wel twee regiezittingen gepland. Op die zittingen krijgt de verdediging de gelegenheid verzoeken te doen, en kan de voortgang worden besproken. De ervaring leert dat met uitvoering van verzoeken (veel) tijd gemoeid kan zijn. Daarom is het nodig dat de aan voorbereiding gegunde tijd niet ook nog wordt verlengd door uitvoering van die verzoeken. De advocaten hebben gevraagd om een ongestoorde voorbereidingstijd van 18 maanden, te beginnen op 1 september 2026.

Waardering

Allereerst spreekt het hof waardering uit voor de advocaten Slijters en Van der Horst dat zij bereid zijn de verdediging van Ridouan T. op zich te nemen. Hun cliënt heeft tijdens het Het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. al 19 maanden zonder rechtsbijstand gezeten. Iedere verdachte heeft recht op een eerlijk en tijdig proces waarin goede en deskundige verdediging van groot belang is.

Hoe kwam het hof tot deze beslissing?

Dat advocaten de verdediging van hun cliënt goed moet kunnen voorbereiden en daarvoor voldoende tijd moeten krijgen staat vast en is geen onderwerp van debat. De standpunten op zitting gingen over twee vervolgvragen: wat is in deze zaak een redelijke voorbereidingstijd? En wat kan van de verdediging worden verlangd tijdens de inleesperiode? Bij die bespreking kwamen onder meer aan de orde: de aard van de zaak, de moeilijkheidsgraad, de fase van het proces en de rechtspraktijk van de advocaten.

Toelichting beslissing

Een Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. moet voldoende ruimte hebben om samen met zijn nieuwe advocaten invulling te geven aan zijn verdediging en het hof kan niet treden in de wijze waarop de verdediging hieraan invulling geeft. Maar het is wel de verantwoordelijkheid van het hof om te beoordelen of de tijd die daarvoor wordt gevraagd redelijk is en geen onnodige vertraging veroorzaakt in de afhandeling van de zaak. Een voortvarende afhandeling van de zaak is immers ook van belang voor de slachtoffers, nabestaanden, getuigen en de samenleving. Bij het afwegen van al deze aspecten heeft het hof zich gebaseerd op de wet, internationale verdragen en rechtspraak van het Europees hof.

Het hof heeft bij het bepalen van de voorbereidingstijd acht geslagen op de onderbouwing die de advocaten op zitting hebben gegeven. Ook heeft het hof in zijn afweging meegewogen dat er in de afgelopen periode een tijdrovende zoektocht heeft plaatsgevonden naar advocaten voor de verdachte en het van groot belang is dat de behandeling van de zaak kan worden voortgezet.

Het hof heeft beslist dat, met al deze omstandigheden in gedachten, het verzoek deels kan worden toegewezen. Bij voortduring van de verdediging zal het hof de inhoudelijke behandeling van de zaak niet voor het einde van de verzochte 18 maanden inplannen. Het verzoek om in die periode ook geen regiezittingen in te plannen, acht het hof echter niet redelijk. Van de verdediging kan redelijkerwijs verlangd worden dat op kortere termijn ten aanzien van bepaalde onderwerpen wordt bepaald of verzoeken worden gedaan.

Meer informatie

Meer informatie over de strafzaak Marengo en de agenda voor de komende zittingsdagen is gepubliceerd op: Strafzaak Marengo | Rechtspraak