2,5 jaar cel en beroepsverbod voor ontucht door dansleraar

Amsterdam|
Vandaag veroordeelde het gerechtshof Amsterdam een dansleraar in hoger beroep tot 2,5 jaar gevangenisstraf voor ontucht met twee minderjarige leerlingen. Daarnaast mag hij het beroep van dansleraar aan minderjarigen 5 jaar lang niet uitoefenen en moet hij een schadevergoeding betalen aan de slachtoffers. De rechtbank legde eerder 3 jaar cel, een beroepsverbod van 5 jaar en een schadevergoeding op.

Ontucht

In de periode tussen 2012 en 2015 verrichte de dansleraar seksuele handelingen met twee minderjarige meisjes aan wie hij lesgaf. Met zijn handelen heeft de Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. inbreuk gemaakt op de psychische en lichamelijke integriteit van de slachtoffers, toen zij een kwetsbare leeftijd hadden. De aangiften tegen de verdachte zijn in 2022 gedaan.

Overwegingen Gerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven.

De verdachte ontkent stellig dat hij dit gedaan, maar het gerechtshof oordeelt dat de feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. Het hof vindt de verklaringen van de slachtoffers betrouwbaar vanwege de genoemde details. De slachtoffers zijn ook duidelijk in wat zij zich nog wel kunnen herinneren en wat juist niet meer.

Het hof ziet daarnaast voldoende steunbewijs bij het ene slachtoffer in een hotelreservering en bij het andere slachtoffer in brieven die in 2013 hierover door haar zijn geschreven. Voor beide slachtoffers ziet het hof steunbewijs in de chatgesprekken die dateren van ver voordat zij aangifte hebben gedaan. De twee aangiften ondersteunen elkaar ook op belangrijke punten. Tot slot wijst het hof voor de overtuiging op een andere aangifte, waarin de verdachte niet is vervolgd en op gesprekken die destijds tussen vrouwen met de partner van de verdachte zijn gevoerd.

Uitspraak

Bij de strafoplegging houdt het hof er rekening mee dat de verdachte geen enkele vorm van verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen en evenmin blijk heeft gegeven van compassie met de slachtoffers. Integendeel: de verdachte heeft hun juist verweten hem vals te beschuldigen en hiermee zijn leven te ruïneren. Daarmee heeft de verdachte zichzelf als slachtoffer gepresenteerd. Het hof legt een straf op van 34 maanden, waar vier maanden afgaan vanwege overschrijding redelijke termijn.

De Instelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. heeft onderzoek gedaan naar de verdachte en advies uitgebracht. De reclassering ziet geen aanleiding tot het stellen van bijzondere voorwaarden en ook niet tot een dadelijk uitvoerbaar verbod om danslessen te geven aan minderjarigen.

Het hof legt wel een beroepsverbod voor een periode van vijf jaar op. De verdachte heeft aangegeven in de toekomst, als deze zaak achter de rug is, mogelijk wel weer les aan minderjarigen te willen gaan geven. Het hof is van oordeel dat dit dan een onaanvaardbaar risico vormt voor minderjarige meisjes. In de periode dat de veroordeelde in de gevangenis zit, loopt het beroepsverbod niet, maar gaat daarna weer door. Het hof ziet geen aanleiding tot het stellen van bijzondere voorwaarden die meteen ingaan.

Een link naar het volledige Uitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad in een civiele dagvaardingsprocedure of van een strafzaak. volgt zo spoedig mogelijk onder dit persbericht.