6 jaar cel en tbs met dwangverpleging voor doodslag op caféhouder
Geen noodweer

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. huurde een studio boven de werkplaats van de schoonvader van het slachtoffer. Het slachtoffer ging op 11 december 2016 met zijn schoonvader naar die werkplaats toe. Vanuit het niets heeft de verdachte het slachtoffer met een mes in de rug, de nek en de borst gestoken. Het 52-jarige slachtoffer is daar voor de ogen van zijn schoonvader in elkaar gezakt en overleden. In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. heeft de advocaat van de verdachte gesteld dat deze handelde uit noodweer, omdat hij werd aangevallen door het slachtoffer. Het hof vindt juist dat de verdachte de aanvallende partij is geweest en dat er geen sprake was van zelfverdediging.
Gruwelijk
De verdachte heeft het slachtoffer op een gruwelijke manier om het leven gebracht. De nabestaanden heeft hij veel ellende en verdriet bezorgd. De kinderen van het slachtoffer moeten hun vader missen, zijn schoonvader is getraumatiseerd geraakt en diens dochter heeft het café moeten verkopen. Daarom vindt het hof een lange gevangenisstraf terecht.
Verminderd toerekeningsvatbaar
De verdachte is onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Daar bleek dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is. Als de verdachte niet in een kliniek wordt behandeld, is de kans groot dat hij na enige tijd opnieuw een misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. pleegt. Daarom legt het hof ook tbs met dwangverpleging op. Daarnaast moet de verdachte schadevergoeding betalen aan de nabestaanden.