Coffeeshops mogen vervolgd worden, maar krijgen geen straf
Voorgeschiedenis
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Den Haag was op 21 december 2012 tot dezelfde beslissing gekomen. In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. verklaarde het hof Den Haag op 2 juli 2014 het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. echter niet-ontvankelijk. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak bij arrest van 19 januari 2016 en verwees de zaak naar het hof Amsterdam.
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
De verdediging heeft bepleit dat het hof het Openbaar Ministerie opnieuw niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. zou verklaren. Zij heeft daartoe verwezen naar de uitspraak van het hof Den Haag van 3 juni 2016 in een andere zaak. Dat hof heeft toen geoordeeld dat het Openbaar Ministerie door zijn medewerking aan het gedoogbeleid het vertrouwen opwekt dat coffeeshophouders die zich aan de voorwaarden houden niet zullen worden vervolgd.
Het hof Amsterdam ziet echter geen ruimte voor niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie. De Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. eist daarvoor concrete toezeggingen aan de individuele coffeeshophouder. Die zijn niet gedaan.
Schuldig zonder straf
Het Openbaar Ministerie had geëist dat aan de eigenaar een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 voorwaardelijk zou worden opgelegd. Voor de directeur eiste het een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 voorwaardelijk. Tegen ieder van de de twee B.V.’s die de coffeeshops exploiteerden eiste zij geldboetes van € 250.000,-.
Volgens de advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. zou de rechterlijke machtRechters en officieren van justitie. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. door het niet opleggen van straffen in dit soort zaken op de stoel van de wetgever gaan zitten. Ook zouden internationale verplichtingen worden geschonden door het achterwege blijven van bestraffing.
Het hof is het daar niet mee eens. Het Wetboek van Strafrecht geeft de rechter brede ruimte om in individuele gevallen van het opleggen van straf af te zien. Dat past juist bijzonder goed in ons stelsel. Volgens het hof is evenmin sprake van strijd met internationale verplichtingen.
‘Achterdeur’ onlosmakelijk gevolg van gedoogbeleid
Het hof heeft vastgesteld dat in deze zaak niet is gebleken van enige overschrijding van de gedoogvoorwaarden, op het hebben van te grote voorraden buiten de coffeeshops na. Het hof ziet die ‘achterdeur’ als een rechtstreeks uitvloeisel en tevens onlosmakelijk gevolg van de exploitatie van gedoogde coffeeshops. Ook het verkrijgen van opbrengsten uit de verkoop in die shops en het samenwerken met leveranciers van hash en hennep ziet het hof als rechtstreeks gevolg van de exploitatie van coffeeshops. Gebleken is verder dat de autoriteiten wisten of sterk vermoedden dat er grotere handelsvoorraden werden aangehouden dan gedoogd, maar zij hebben hiervan welbewust weggekeken. Kortom, nu het hier gaat om gedoogde coffeeshops die in goede verstandhouding met de autoriteiten opereerden, heeft het hof aan de verdachten geen straf opgelegd.