Het gerechtshof gaat in het Passageproces een volgende ronde in
Getuigen
Eerder deze maand zijn drie dagen uitgetrokken voor de behandeling van verzoeken van de raadslieden tot nader onderzoek in het hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter.. Het ging vooral om verzoeken tot het horen van allerlei getuigen, van een voormalige voorzitter van het College van Procureurs-generaalUit vijf personen bestaand college dat aan het hoofd staat van het Openbaar Ministerie. en een officier van justitie tot gewone burgers. Daarnaast was het de wens van een aantal raadslieden om meer inzicht te krijgen of, en zo ja welke (financiële) toezeggingen het Openbaar Ministerie (OM) aan een aantal getuigen heeft gedaan.
Wat heeft het hof vandaag beslist?
Veel verzoeken zijn gedaan rondom het onderwerp getuigenbescherming. In de Passagezaak figureren ook getuigen die volgens het OM door het afleggen van verklaringen zoveel gevaar lopen dat zij daartegen worden beschermd. Volgens een aantal raadslieden is er voldoende aanleiding om aan te nemen dat het OM onder de vlag van bescherming aan die getuigen mogelijk ontoelaatbare (financiële) toezeggingen heeft gedaan en onder de pet worden gehouden. Het OM zou ten onrechte schermen met het belang dat het vrijgeven van (nog meer) informatie de veiligheid van deze getuigen in gevaar brengt. Deze raadslieden vinden dat het hof moet onderzoeken hoe het OM met die bescherming omgaat en of daarvan geen misbruik is gemaakt. Dit omdat het OM niet of nauwelijks wil onthullen wat onder het mom van beschermingsmaatregelen aan de getuigen wordt geboden. Zij vinden dit van groot belang omdat het bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. tegen hun cliënten vooral lijkt te komen uit de mond van juist dit soort getuigen. Het risico dat deze getuigen over verdachten in het Passageproces niet de waarheid spreken is groot, zeker als hun een verboden financiële worst is voorgehouden. Zo hebben die raadslieden betoogd.
Het hof heeft deze verzoeken afgewezen. Niet omdat het hof zich over het mogelijk misbruik van getuigenbescherming of die risico’s en de gevolgen daarvan een oordeel heeft gevormd. Maar wél omdat een beoordeling door het hof van het pakket van beschermingsmaatregelen alleen zinvol is als het hof kan kennisnemen van de inhoud van dat pakket als geheel. Dat is echter niet mogelijk omdat dat ook betekent dat beschermingsmaatregelen onthuld zouden moeten worden. Het gevolg daarvan zou zijn dat die bescherming dan niet meer effectief kan zijn, met alle risico’s voor die getuigen van dien. Beoordeling van het onbekend gebleven totaalpakket van maatregelen, op grond van alleen wél onthulde onderdelen daarvan, acht het hof daarom niet zinvol. Daar komt nog bij dat de wet niet regelt dat en hoe het hof voor een getuige getroffen beschermingsmaatregelen moet kunnen beoordelen.
Het hof zal zich te zijner tijd een oordeel vormen over de vraag óf de gang van zaken rondom de getuigenbescherming door de beugel kan en óf de verklaringen van de getuigen die worden beschermd al dan niet buiten beschouwing moeten blijven.
Dan zijn er nog de verklaringen van twee zussen en een ex-vriendin van Willem Holleeder. Deze vrouwen zullen naar verwachting ook door het hof in Passage worden gehoord als getuigen, omdat hun verklaringen van belang kunnen zijn voor een aantal verdachten die in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. in het Passageproces terecht staan, onder wie Jesse R. en Dino S.
Voordat het hof beslist over het verhoren van hen als getuigen in hoger beroep zal het hof eerst kennisnemen van het nadere standpunt van de advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. en de raadslieden hierover op de zitting van 22 september a.s. Dit in verband met de zeer kort geleden bekend geworden opdracht van de rechtbank in de strafzaak tegen Holleeder aan de rechter-commissaris tot een eerste verhoor van deze vrouwen als getuigen.
De raadslieden van de verdachten hebben verder nog tal van andere verzoeken gedaan die meestal betrekking hebben op de bewijsvraag. Het hof heeft een aantal van die verzoeken afgewezen en andere toegewezen. Ook deze getuigen zullen – net als in 2014 en dit jaar is gebeurd - door het hof op de zitting worden gehoord.
Achtergrondinformatie
In dit onderzoek heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. na een vele jaren durend proces in januari 2013 in de zaken van elf verdachten gevonnist. In een aantal zaken zijn soms zeer zware straffen opgelegd (in drie gevallen een levenslange gevangenisstraf) en in andere zaken zijn vrijspraken gevolgd. In al deze zaken is hoger beroep ingesteld door de verdachten en in de meeste gevallen ook door de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is..
De behandeling van de zaak in hoger beroep
De inhoudelijke behandeling van het hoger beroep is in december 2013 begonnen. Sindsdien is veel gebeurd. Het hof heeft al een zeer groot aantal getuigen gehoord en gaat daarmee de komende tijd verder.
In het Passageproces springt een aantal onderwerpen in het oog. De positie van de zogenoemde kroongetuige La S. stond eerder centraal. Deze kroongetuige is ook één van de verdachten. Hij heeft verklaard over eigen betrokkenheid bij de moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. op Kees Houtman in 2005.
In ruil voor het afleggen van verklaringen tegen de andere verdachten in het Passageproces heeft de officier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. de strafeis in zijn zaak gehalveerd tot 8 jaar gevangenisstraf. De rechtbank heeft hem voor die moord veroordeeld en heeft de strafeis overgenomen.
Een aantal verdachten heeft gesteld dat de deal die de Staat met La S. heeft gesloten niet deugt, omdat in strijd met de wet aan hem toezeggingen zijn gedaan en gunsten zijn verleend die veel verder gaan dan die halvering van de strafeis. De controle op de deal met La S. wordt naar hun zeggen extra bemoeilijkt doordat het OM (mogelijk) ook afspraken onder de pet houdt, daarbij ten onrechte schermend met het belang dat het vrijgeven van nog meer informatie de veiligheid van deze kroongetuige in gevaar brengt. Dat is de mening van de verdediging in een aantal zaken. Inmiddels is deze stelling verbreed tot andere getuigen die ook door het OM worden beschermd.
Daartegenover stelt het OM dat met de getuigen gemaakte afspraken volgens de regels zijn gesloten.
Het OM stelt dat maximaal inzicht is gegeven in de afspraken met de getuigen en in het geval van La S. zelfs meer dan dat.
Tijdens de al geruime tijd lopende behandeling van de zaken in hoger beroep is er inmiddels een tweede kroongetuige bijgekomen, namelijk Fred Ros. Ook hij is één van de verdachten die in hoger beroep ervoor heeft gekozen met het OM een overeenkomst aan te gaan. Hij heeft onder meer verklaard over eigen betrokkenheid bij de moord op Thomas van der Bijl in 2006. In ruil voor het afleggen van verklaringen tegen o.a. de andere verdachten in het Passageproces zal de advocaat-generaal in hoger beroep de strafeis in zijn zaak halveren tot 15 jaar gevangenisstraf. Voor die ruil is wél nodig dat de advocaat-generaal er in hoger beroep voldoende van overtuigd is dat Ros als getuige naar waarheid heeft verklaard. Het laatste woord lijkt nog niet te zijn gezegd over die vraag. Zo hebben diverse personen gesteld in het verleden uit de mond van Ros zélf te hebben gehoord dat Ros strafbaar betrokken is bij de moord op Cor van Hout in 2003, terwijl Ros als getuige stelt met die moord niets te maken te hebben. Ook waar het gaat om andere onderdelen van de verklaringen van Ros, bijvoorbeeld over zijn rol bij de moord op Van der Bijl, plaatst een aantal raadslieden van verdachten in het Passageproces grote vraagtekens.
Ook in hoger beroep zal de betrouwbaarheid van de door de getuigen La S. en Ros afgelegde verklaringen één van de centrale onderwerpen van debat zijn. De standpunten van het OM en de verdediging in de meeste zaken staan op dat punt tegenover elkaar.
Andere gebeurtenissen springen in het oog. Eén van de verdachten in het Passageproces (Ali A.) is tijdens het lopende hoger beroep in december 2014 doodgeschoten, terwijl op een andere verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. (Jacobus B.) in januari 2015 een moordaanslag is gepleegd. Tegen een andere verdachte in dit proces (Dino S.), die in eerste aanleg van betrokkenheid bij moord is vrijgesproken, heeft het hof op vordering van de advocaat-generaal de gevangenneming bevolen.
Tot slot kan de samenval van de behandeling van de Passagezaak in hoger beroep met de behandeling van twee zaken bij de rechtbank niet onvermeld blijven. Bij de rechtbank Amsterdam lopen inmiddels twee strafzaken die inhoudelijke raakvlakken hebben met de Passagezaak in hoger beroep. Het gaat om de strafzaak tegen Willem Holleeder en de strafzaak waarin verdachten terecht staan voor de moord op de vastgoedhandelaar Endstra in 2004. Tussen deze zaken kunnen inhoudelijke verbanden worden gelegd, terwijl de behandeling van deze zaken steeds op zichzelf staat.
Vervolg behandeling
De komende dagen en weken vervolgt het hof de behandeling van de Passagezaak.