Hof Amsterdam verklaart Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in tasjesroofzaak
Late inzage in intern onderzoek
Uit het strafdossier bleek alleen dat er geschoten was, maar niet in welke richting of hoe vaak. Bijna anderhalf jaar na de aanhouding gaf het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. pas inzage in het interne onderzoek naar het vuurwapengebruik. Eén van de agenten bleek meermalen gericht op de verdachte te hebben geschoten, de ander had enkele schoten in de lucht gelost.
Meermalen gericht schieten
Vuurwapens zijn het uiterste geweldsmiddel dat de politie kan toepassen. Het hof vindt dat dit middel niet had moeten worden ingezet bij de aanhouding van deze vluchtende en ongewapende verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld.. Men heeft niet eerst geprobeerd hem te achtervolgen en fysiek te overmeesteren. Dat had wel gekund, want er bleken acht politiemensen aanwezig te zijn, terwijl in de auto van de verdachte in totaal maar drie personen zaten. De twee personen die in de auto waren achterbleven, hebben zich niet verzet. In zo’n situatie vormt gericht schieten een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de verdachte.
Onterecht vuurwapengebruik
Het hof tilt zwaar aan het onterechte vuurwapengebruik. Daarbij speelt vooral een rol dat de verdachte minderjarig was en dat de aanwezige informatie over deze aanhouding pas in zo’n laat stadium beschikbaar is gesteld. Het openbaar ministerie dient in alle zaken, maar zeker die van minderjarigen, uiterst transparant inzicht te geven in de onderzoeksresultaten. Dat geldt voor de resultaten die voor een verdachte belastend zijn maar ook voor de ontlastende informatie.
Als het openbaar ministerie beschikt over informatie, moet deze ook aan de verdediging en de rechters worden verstrekt op een moment dat dit nog zinvol is om bepaalde beslissingen te nemen.
Volgens het hof is sprake van een onherstelbaar vormverzuimHet verwaarlozen of niet in acht nemen van vormvoorschriften in een proces of door een bestuursorgaan. Ook wel 'procedurefout' genoemd., omdat dit niet is gebeurd. In het algemeen leidt zo’n verzuim tot strafvermindering of uitsluiting van bewijs. Het hof vindt dat de verdediging op zo grove wijze is geschaad en dat de enige passende reactie is het openbaar ministerie niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. te verklaren in de vervolging. Daarmee eindigt wat het hof betreft de strafvervolging van deze verdachte.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had de verdachte eerder tot 5 maanden jeugddetentie veroordeeld.