Amsterdam|

Hof volgt landelijke afspraken strafoplegging drugskoeriers

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde vandaag in hoger beroep 12 drugskoeriers voor het vervoer van harddrugs van en naar Schiphol. Het gerechtshof volgt daarbij de landelijke afspraken over de strafoplegging aan drugskoeriers. De opgelegde straffen variëren tussen de 6 en 40 maanden gevangenisstraf. De rechtbank legde eerder lagere straffen op: deze lagen tussen de 110 dagen en 26 maanden gevangenisstraf.

Sinds eind 2025 geeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Noord-Holland aan Schiphol-drugskoeriers lagere straffen dan landelijk is afgesproken. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. ging tegen deze uitspraken met nieuw straftoemetingsbeleid in hoger beroep.

Oriëntatiepunten straftoemeting

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) legt afspraken (oriëntatiepunten) vast over de strafmaat van delicten die veel voorkomen, zoals de in- en uitvoer van drugs. De rechter kan deze afspraken als oriëntatie gebruiken bij de oplegging van een straf. De gemaakte afspraken zijn bedoeld om gelijkheid in de landelijke straftoemeting te bevorderen. De Commissie Rechtseenheid evalueert regelmatig de gemaakte afspraken.

In de uitspraken van vandaag zegt het hof dat de beginselen van rechtseenheid, rechtszekerheid, voorspelbaarheid en voorzienbaarheid worden gediend met het gebruik van de landelijke afspraken en wijkt daarom af van de uitspraken van de rechtbank.

Commissie Rechtseenheid

Het hof heeft wel oog voor de specifieke aard van de ‘koerierszaken’ en de door de rechtbank genoemde bezwaren tegen het gebruik van de LOVS-oriëntatiepunten. Het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. vindt echter dat het aan de Commissie Rechtseenheid is om over de aanpassing van de oriëntatiepunten te adviseren. Daar wil het hof niet op vooruitlopen door andere uitgangspunten te gebruiken.

Het hof merkt op dat de LOVS-oriëntatiepunten niet dwingend zijn. Het staat een rechter vrij om van de oriëntatiepunten af te wijken, onder meer vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en de specifieke omstandigheden waaronder het feit is begaan.

 

Een link naar de uitspraken in de zaken volgt z.s.m. hier onder dit bericht