Amsterdam|

Ondernemingskamer wijst verzoek ledenparlement FNV af

Het ledenparlement vroeg de Ondernemingskamer om te bevelen dat FNV de kosten van cassatieberoep tegen een eerdere beslissing van de Ondernemingskamer betaalt. De Ondernemingskamer overweegt dat de toestand van FNV niet vereist dat FNV de kosten van het cassatieberoep betaalt en wijst het verzoek daarom af. De uitspraak gaat niet over de vraag of het ledenparlement cassatieberoep mag instellen; dat moet het ledenparlement zelf beslissen. De uitspraak houdt slechts in dat de Ondernemingskamer FNV niet kan verplichten de kosten daarvan te betalen.

Verzoek om aanvullende maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer.

Het interim-bestuur van FNV en het ledenparlement verschillen met elkaar van mening over de betaling van de juridische bijstand van het ledenparlement. Het ledenparlement heeft zelf niet de financiële middelen om cassatieadvies in te winnen en eventueel cassatieberoep in te stellen tegen een eerdere beschikking van de Ondernemingskamer- U verlaat Rechtspraak.nl. Het ledenparlement vindt dat het interim-bestuur van FNV het ledenparlement in staat moet stellen in cassatie te gaan en de kosten daarvan te betalen. Het ledenparlement vroeg de Ondernemingskamer om, bij wijze van onmiddellijke voorziening, dit te bepalen.

Geen noodzaak in verband met de toestand van de FNV

De Ondernemingskamer kan een onmiddellijke voorziening treffen als dat, gelet op de belangen van FNV of direct betrokkenen, vereist is in verband met de toestand van FNV. De Ondernemingskamer overweegt dat er geen wettelijke of statutaire regel bestaat op grond waarvan FNV of het interim-bestuur verplicht is om het ledenparlement de mogelijkheid te bieden cassatieberoep in te stellen. Het interim-bestuur moet zelf beoordelen of het in het belang van FNV is om het ledenparlement in staat te stellen in cassatie te gaan.  

Het interim-bestuur heeft die afweging gemaakt en is tot de slotsom gekomen dat FNV nu het meest gebaat is bij beëindiging van de onrust en onzekerheid die de enquêteprocedure voor FNV en alle daaraan verbonden belanghebbenden heeft meegebracht. Het instellen van cassatieberoep is daarom niet in het belang van FNV. Die afweging is goed te volgen en de Ondernemingskamer acht deze beslissing van het interim-bestuur ook niet kennelijk onjuist of strijdig met de zorgvuldigheid die het interim-bestuur tegenover het ledenparlement in acht moet nemen.

De Ondernemingskamer kan in deze situatie dan ook niet aannemen dat het treffen van de door het ledenparlement verzochte onmiddellijke voorziening vereist is in verband met de toestand van FNV. Het verzoek van het ledenparlement wordt daarom afgewezen.

Geen uitspraak over ontvankelijkheid of kansen cassatieberoep

De Ondernemingskamer laat zich met deze beslissing niet uit over de vraag of het ledenparlement cassatieberoep mag instellen. Dat staat het ledenparlement vrij. De Ondernemingskamer laat zich ook niet uit over de kans van slagen van een eventueel cassatieberoep. Die beoordeling is uitsluitend aan de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast.. Daarop kan en wil de Ondernemingskamer niet vooruitlopen.