Amsterdam|

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zaken mondkapjesplicht in OV

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft 3 personen ten onrechte vervolgd, die in de zomer van 2020 geen mondkapje droegen in het openbaar vervoer (OV). Het gerechtshof Amsterdam heeft dit vandaag beslist. De kantonrechter zag eerder af van het opleggen van een straf, omdat de verdachten niet eerst waren gewaarschuwd door de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) maar direct waren bekeurd. Daartegen kwam de officier van justitie in hoger beroep. Het gerechtshof heeft nu het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. 

Protocol

Het hof stelt vast dat in verband met de coronapandemie onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat het Protocol verantwoord blijven reizen in het Openbaar Vervoer is vastgesteld. In het Protocol is verduidelijkt hoe de mondkapjesplicht in het OV moest worden gehandhaafd.  

Eerst aanspreken, in het uiterste geval een boete

Volgens het hof blijkt uit het Protocol dat boa's reizigers eerst zouden aanspreken op de plicht tot het dragen van een mondkapje. Als de aangesproken reiziger de aanwijzing1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. tot het dragen van een mondkapje niet alsnog opvolgde, kon in het uiterste geval een boete worden gegeven. 

Vertrouwen

Reizigers mochten er dus op vertrouwen dat zij niet bekeurd zouden worden, zonder dat zij eerst werden aangesproken en in de gelegenheid waren gesteld alsnog een mondkapje op te doen of het OV te verlaten. Het OM mocht daarom niet tot strafvervolging overgaan in deze zaken, waarin de reiziger niet eerst was gewaarschuwd.