Amsterdam|

Teeven hoeft als getuige op een aantal vragen niet te antwoorden

Teeven hoeft als voormalig officier van justitie voor de Criminele Inlichtingendienst (CID) niet te antwoorden op een tweetal specifieke vragen in een voorlopig getuigenverhoor. Dat is de uitkomst van zijn hoger beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris van de rechtbank in Amsterdam. Het gerechtshof heeft dat vandaag beslist.

Verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht

In het kader van een voorlopig getuigenverhoorIemand die overweegt een civiele procedure te beginnen, kan aan de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor vragen. Dit verhoor dient om de kansen bij een rechtszaak beter in te kunnen schatten, of om te voorkomen dat bewijs verloren gaat (door vertrek of overlijden van een getuige bijvoorbeeld). heeft een slachtoffer van een voormalig prostitutienetwerk van jongens in Amsterdam aan de rechtbank Amsterdam gevraagd Teeven als getuige te horen over de bekendheid van de Staat met dat prostitutienetwerk. Teeven was in de betreffende periode midden jaren negentig landelijk CID-officier.
Teeven heeft zich ten aanzien van een tweetal specifieke vragen beroepen op zijn geheimhoudingsplicht als CID-officier. De rechter-commissaris oordeelde dat die geheimhoudingsplicht diende te wijken voor het belang van de waarheidsvinding in een civiele procedure. Teeven stelde tegen die beslissing hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. in.

Algemeen belang weegt zwaarder dan waarheidsvinding

Het hof oordeelt dat Teeven niet een algemeen verschoningsrechtHet recht dat een getuige op grond van zijn familierelatie met de verdachte of op grond van zijn beroep heeft om vragen van de rechter onbeantwoord te laten. Een getuige mag zich ook verschonen van het geven van een antwoord als hij zichzelf daardoor zou belasten. toekomt (zoals bijvoorbeeld een advocaat of journalist), maar dat hij in dit geval op een tweetal specifieke vragen niet hoeft te antwoorden. Het algemeen belang gelegen in het geheim kunnen houden van bepaalde CID-informatie gaat in dit geval voor op de verdere waarheidsvinding. Doorslaggevend daarbij is dat met het onthullen van bepaalde informatie ook duidelijk kan worden wie de bron van die informatie is. Als de geheimhouding niet meer gegarandeerd is bestaat er een gerede kans dat dergelijke informatie niet meer wordt verstrekt. Dat tast het behoorlijk kunnen functioneren van de CID en daarmee het belang van deugdelijke opsporing aan.

Beslissing rechter-commissaris vernietigd

Het hof vernietigt de beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. van de rechter-commissaris. Die oordeelde in april 2016 dat de informatie zodanig oud was dat een opsporingsbelang in dit geval niet meer met verdere geheimhouding was gediend.