Amsterdam|

Tussenbeslissing over collectieve actie tegen TikTok

Het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. in Amsterdam heeft vandaag een tussenbeslissing genomen in de collectieve actie tegen TikTok. Drie Stichtingen (SMC, SOMI en STBYP) zijn drie jaar geleden collectieve acties op grond van de Wet Afwikkeling Massaschade in een Collectieve Actie (WAMCA) gestart tegen diverse entiteiten uit het TikTok-concern. De Stichtingen hebben vorderingen ingesteld op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en ook op andere grondslagen.

Beslissingen rechtbank

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, dat de immateriële schadevorderingen niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. zijn en dat de vorderingen van SMC tegen TikTok Pte en Beijing Bytedance niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank heeft STBYP en SMC aangewezen als exclusieve belangenbehartigers en de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen bepaald.

Het hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. gaat over deze beslissingen van de rechtbank. De vragen of de Stichtingen gelijk hebben, of de vorderingen toewijsbaar zijn en of de achterban schadevergoeding moet krijgen zijn nog niet aan de orde en daarover wordt dus ook niets beslist. 

Beslissing hof

Het hof behandelt eerst wat processuele kwesties over de omvang van het hoger beroep. Daarna komen aan de orde: 
1. rechtsmacht van de Nederlandse rechter, 
2. de ontvankelijkheid van de collectieve vorderingen, 
3. de bepaling van de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen. 

Ad 1: De beoordeling van de rechtsmacht met betrekking tot de AVG-vorderingen wordt aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen die zijn gesteld door de rechtbank Rotterdam aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ten aanzien van de vorderingen op de andere grondslagen wordt geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. 
Ad 2: Er is beslist dat de vorderingen die niet op de AVG gebaseerd zijn over de hele linie ontvankelijk zijn. 
Ad 3: De bepaling van de nauw omschreven groep en de inhoud van de vorderingen waarover de rechter moet beslissen, wordt aangepast.

Vervolg

Het hof gelast een regiezittingZitting in een rechtbank of gerechtshof ter voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak. om met partijen te overleggen over het verdere verloop van de procedure. Daarna kunnen andere beslissingen worden genomen. Het staat nu nog niet vast of de zaak bij het hof blijft of teruggaat naar de rechtbank.