Verzet CRI gegrond in intrekking zogenaamde 403 verklaringen | Gerechtshof Amsterdam | Rechtspraak
403-verklaringen
De zaak gaat over het volgende. Op 4 december 2006 heeft SNS Bank een 403-verklaring afgelegd. Die verklaring hield in dat SNS Bank N.V. zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor de uit rechtshandelingen van Propertize voortvloeiende schulden.
Op 30 januari 2008 heeft SNS Reaal een gelijkluidende 403-verklaring afgelegd ten aanzien van schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen van PRPZ, een dochtervennootschap van Propertize.
In september 2010 heeft CRI op dat moment nog te bouwen vastgoed (New Babylon te Den Haag) gekocht voor ruim € 41 miljoen. Propertize en PRPZ hebben de nakoming van een aantal verplichtingen van de verkoper gegarandeerd. Het gaat daarbij om een bedrag van € 10 of 20 miljoen.
In 2011 en 2012 zijn de hierboven genoemde vennootschappen failliet gegaan. Zij exploiteerden ondernemingen die vastgoedprojecten in Nederland en Duitsland ontwikkelden. Ter financiering van hun projecten hadden zij kredietovereenkomsten gesloten met Propertize. Curatoren hebben het totale boedeltekort begroot op afgerond € 157 miljoen. Zij stellen in een afzonderlijke procedure Propertize aansprakelijk voor dit tekort.
Propertize was tot 1 januari 2014 een dochtervennootschap van SNS Bank. Vanaf die datum is Propertize met haar dochtervennootschap PRPZ afgesplitst van SNS Reaal en SNS Bank. Op die datum heeft SNS Bank haar aandelen in Propertize overgedragen aan de Nederlandse Staat.
Verzet
Op 31 december 2013 hebben SNS Bank en SNS Reaal de 403-verklaringen ingetrokken. Zij meenden dat ook de “oude” aansprakelijkheid voor de schulden van de curatoren en CRI was geëindigd. De curatoren en CRI waren het daarmee niet eens en hebben zich verzetBezwaar tegen een uitspraak die is gedaan zonder dat de procespartij daarbij aanwezig was. tegen beëindiging van die “oude” aansprakelijkheid. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft dit verzet gegrond verklaard. De Ondernemingskamer komt tot dezelfde conclusie. De Ondernemingskamer oordeelt dat de door curatoren gestelde vordering van € 157 miljoen, onder de reikwijdte van de 403-verklaring van SNS Bank valt, evenals de vorderingen van CRI uit de koopovereenkomst van september 2010. Voorts is niet komen vast te staan dat curatoren en CRI - gezien de vermogenstoestand van Propertize - voldoende waarborgen hebben dat hun gepretendeerde vorderingen op Propertize en PRPZ zullen worden voldaan. Als die waarborgen er wel zouden zijn, had het verzet kunnen worden afgewezen. Dan zouden SNS Bank en SNS Reaal van die “oude” aansprakelijkheid zijn bevrijd.