Opzegging huur standplaatsen camping De Fontein is rechtsgeldig

Arnhem|
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft uitspraak gedaan in het hoger beroep van enkele huurders van standplaatsen op de camping De Fontein in Eibergen. Die camping is in 2021 verkocht door de vorige eigenaren. De nieuwe eigenaar wil de camping herontwikkelen en heeft de huurovereenkomsten van de huurders in 2023 opgezegd per 1 januari 2025. De huurders zijn het daarmee niet eens en zijn een procedure begonnen bij de kantonrechter in Zutphen.

Het vonnis van de kantonrechter

De De kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. oordeelde dat de opzegging van de huurovereenkomsten van de standplaatsen rechtsgeldig is. De huurovereenkomsten zijn op grond van de wet gewoon opzegbaar. Er geldt dus geen huurbescherming. In dit geval was er bovendien een zwaarwegende grond voor de opzegging, heeft de nieuwe eigenaar een redelijke opzegtermijn gehanteerd en is een vergoeding aangeboden. De kantonrechter vond die vergoeding wel te laag en veroordeelde de verhuurder tot betaling van een (schade)vergoeding. De hoogte daarvan moet in onderling overleg of in een nieuwe procedure bepaald worden.

Daarnaast heeft de kantonrechter op verzoek van de verhuurder de huurders veroordeeld tot ontruiming van de standplaatsen per uiterlijk 1 januari 2026. Als de huurders dat niet doen moeten zij een Bedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. betalen van 500 euro per dag met een maximum van 50.000 euro.

Het oordeel van het hof

Het hof is het eens met de kantonrechter. Ook het hof oordeelt dat de verhuurder het recht had de huurovereenkomsten op te zeggen. Volgens het hof was het plan tot herstructurering voldoende concreet en uitvoerbaar ten tijde van de opzegging.

De huurders moesten op grond van het Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. de standplaatsen ontruimen per uiterlijk 1 januari 2026, ook al hadden zij Het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. ingesteld. Dat is omdat het vonnis per direct uitvoerbaar is (‘De mogelijkheid om een uitspraak onmiddellijk uit te voeren hoewel de hoofdzaak of het hoger beroep nog niet is afgedaan. Het instellen van beroep heeft in dit geval geen opschortende werking.’). De huurders hebben geprobeerd die directe uitvoerbaarheid te laten schorsen, maar het hof heeft dat in een eerdere uitspraak afgewezen. Dit betekent dat de huurders moesten ontruimen. Zij hebben dat niet vrijwillig gedaan en daarom heeft de verhuurder in april 2026 zelf de standplaatsen ontruimd. Of dit wel of niet rechtmatig was, valt buiten deze procedure. Op die vraag geeft het hof daarom geen antwoord. Het hof verlaagt wel de door de kantonrechter opgelegde dwangsom naar 100 euro per dag met een maximum van 10.000 euro.