Geen rectificatie voor beschuldiging van matchfixing

Wedstrijd verkocht?
In 2020 was er een radio-interview met de voormalig assistent-bondscoach op de Nigeriaanse radio over een voetbalwedstrijd tussen Nigeria en Italië tijdens het WK van 1994, die Nigeria met 2-1 verloor. Hiermee eindigde het WK voor Nigeria. De voormalig bondscoach voelde zich in zijn eer en goede naam aangetast omdat de voormalig assistent-bondscoach op de Nigeriaanse radio zou hebben gezegd of gesuggereerd dat de voormalig bondscoach deze wedstrijd destijds heeft “verkocht”. Dus stapte hij naar de rechter. De kortgedingrechter van de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vond het aannemelijk dat deze uitlatingen waren gedaan en dat deze onrechtmatig waren. Daarom werd de assistent-bondscoach veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie in een landelijke krant in Nigeria.
Geen bewijs voor uitlatingen
Het hof heeft nu de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. tot rectificatie afgewezen. Aan het hof zijn geen geluidsopnames beschikbaar gesteld en ook niet de letterlijke tekst van wat is gezegd tijdens de radio-uitzending. Alleen een weergave van een online krantenartikel heeft het hof gekregen. De toenmalige assistent-bondscoach heeft steeds ontkend dat hij heeft gezegd wat in dat krantenartikel stond. Het hof vindt dat de voormalig bondscoach onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de voormalig assistent-bondscoach de gestelde uitlatingen echt heeft gedaan. Het hof vindt het belangrijk dat niet te snel en zonder voldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. aangenomen wordt dat bepaalde uitlatingen zijn gedaan die zodanig onrechtmatig zijn dat een rectificatie moet volgen. Anders bestaat het gevaar dat zonder voldoende reden een inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van meningsuiting.