Gevangenisstraf en tbs met verpleging opgelegd in 'Chaletmoordzaak'
Medeverdachten

Twee medeverdachten, die niet betrokken waren bij de doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord., zijn veroordeeld voor het medeplegen van het in brand steken van het chalet. De ene verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. tot een gevangenisstraf van 24 maanden en de andere tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 12 voorwaardelijk met daarnaast de maximale werkstraf van 240 uur. De vierde verdachte is als medeplichtige aan de brandstichting veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met daarnaast ook de maximale werkstraf.
De bewezenverklaring
Het hof heeft bewezenverklaard dat Janet S. het slachtoffer met een bijl en een mes heeft gedood. Het hof heeft niet bewezen geacht dat daarbij sprake was van voorbedachte raad, zodat geen sprake is van moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. maar van doodslag.
Het hof heeft ook bewezenverklaard dat zij zich daarna samen met twee medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het in brand steken van het chalet met daarin het stoffelijk overschot. Zij heeft daarvoor samen met de anderen het plan gemaakt; de twee medeverdachten hebben het chalet daadwerkelijk in brand gestoken. Daarvoor hebben zij onder meer benzine gebruikt, die zij hadden gekregen van de vierde verdachte. Die is vanwege zijn rol veroordeeld voor medeplichtigheid.
Het hof heeft overwogen dat de hoofdverdachte het slachtoffer op gruwelijke, zeer gewelddadige wijze van het leven heeft beroofd. Zij heeft daardoor de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht. Zij heeft bovendien nooit openheid van zaken gegeven, zodat de nabestaanden nog steeds niet weten wat er zich precies heeft afgespeeld. Met de brandstichting is geprobeerd het stoffelijk overschot weg te maken en daardoor is de opsporing van de doodslag tegengewerkt en bemoeilijkt. Het hof rekent dat de verdachten zwaar aan.
Anders dan de rechtbank, lagere gevangenisstraf en tbs opgelegd
In eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). was de hoofdverdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar. In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. is de gevangenisstraf lager, omdat het hof naast een gevangenisstraf ook de maatregel van tbs heeft opgelegd. Verdachte heeft in deze zaak niet willen meewerken aan onderzoeken door psychiaters en psychologen. Ook tijdens een opname in het Pieter Baan Centrum heeft zij alle medewerking geweigerd. Het hof beschikte daardoor niet over recente rapportages met een conclusie of er sprake is van stoornissen bij verdachte. Het hof heeft echter mede op basis van oudere rapportage, over verdachte opgemaakt in een eerdere strafzaak waarbij ook sprake was van een door haar gepleegde doodslag, het bestaan van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens voldoende aannemelijk geacht. Het hof heeft geoordeeld dat het voor de veiligheid van anderen noodzakelijk is dat de maatregel van tbs met verpleging wordt opgelegd.