Gevangenisstraf van 13 jaar voor poging liquidatie in Gronau

Geweldsspiraal
In 2017 hebben zich verschillende gewelddadige gebeurtenissen voorgedaan in de omgeving van Enschede, Almelo en Gronau. Naar aanleiding van deze incidenten heeft de politie onderzoeken ingesteld. Daarin staan onder meer centraal de aanslag op een man in Enschede op 31 januari 2017, de aanslag op een kapper in Enschede op 2 februari 2017 en de aanslag op een man in Gronau op 24 mei 2017. Daarnaast is het onderzoek gericht op de beschietingen van woningen in Enschede en Almelo en een Enschedese club. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn broer zijn in het kader van één van die onderzoeken aangemerkt als verdachte en ieder voor een aantal van deze feiten vervolgd door het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten..
Hij heeft zijn betrokkenheid bij de liquidatie altijd ontkend.
Strafmaat
Het hof heeft – ondanks een aantal vrijspraken – toch een hogere straf opgelegd dan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. destijds deed. Dat heeft ermee te maken dat de rechtbank toen rekening moest houden met een in een andere zaak opgelegde gevangenisstraf van 16 jaar. Daardoor was het op dat moment wettelijk niet mogelijk om meer op te leggen dan 10 jaar en 7 maanden. Aangezien die straf van 16 jaar inmiddels in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. is veranderd in een straf van 12 jaar, kon het hof nu wel een hogere straf opleggen. Het hof heeft bij de strafoplegging enigszins rekening gehouden met de sinds 1 juli 2021 veranderde wettelijke regeling voor de voorwaardelijke invrijheidstellingAls iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf die geheel onvoorwaardelijk is en langer duurt dan 1 jaar, hoeft de veroordeelde die straf doorgaans niet helemaal uit te zitten. Door de officier van justitie worden voorwaarden voor invrijheidstelling opgelegd, zoals het volgen van een vaardigheidstraining, elektronisch toezicht of een contactverbod. De veroordeelde mag in ieder geval niet opnieuw de fout ingaan., die voor de verdachte ongunstiger is. Van de door het hof vandaag opgelegde gevangenisstraf van 13 jaar zit de verdachte onder de nieuwe regeling feitelijk wel langer vast dan op grond van de straf in het vonnis van de rechtbank.
De behandeling van de strafzaak bij het hof heeft lang geduurd omdat er veel (aanvullend) onderzoek is verricht. Het hof heeft vanwege die lange duur de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf verminderd met 3 maanden.
Het hof legt een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op gelet op de achteloosheid en onverschilligheid waarmee de feiten zijn begaan. Het hof overweegt in het bijzonder dat als de grenzen in het gedrag worden opgezocht daar ook tegenover staat dat de grenzen in de op te leggen straffen moeten worden opgezocht.