Arnhem|

Gevangenisstraffen en een verplichting tot schadevergoeding voor gooien brandbom in Velp

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag 3 mannen veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen wegens betrokkenheid bij het gooien van een brandbom in het zogenoemde 'Polenpand' in Velp in de nacht van 3 op 4 september 2014, waarbij twee slachtoffers zeer ernstig verbrand raakten.De mannen zijn ook veroordeeld tot het vergoeden van de door de slachtoffers geleden schade.

Het oordeel

Het hof heeft bewezenverklaard dat twee van de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van poging tot moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. en brandstichting waarvan levensgevaar te duchten was. De verdachten hebben gezamenlijk eerst een steen en daarna een zogenoemde Molotovcocktail naar binnen gegooid in een pand in Velp. Deze kwamen terecht in de ruimte waar de twee slachtoffers lagen te slapen. In de ruimte is brand ontstaan. De slachtoffers raakten voor meer dan driekwart resp. de helft van hun totale huidoppervlakte verbrand. Zij zullen de rest van hun leven met de blijvende en zeer ernstige gevolgen hiervan worden geconfronteerd.

Deze verdachten zijn beiden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. Aan een van de verdachten, die ten tijde van het plegen van de feiten nog in een tbs liep, is daarnaast opnieuw een tbs met dwangverpleging opgelegd.

De derde verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 jaar voor medeplichtigheid aan de door de beide anderen gepleegde feiten. Deze verdachte dacht dat de bewoners van het genoemde pand hem overlast bezorgden en hij wilde dat daaraan een einde kwam. Het hof heeft bewezen verklaard dat hij de beide andere verdachten informatie heeft verschaft en behulpzaam is geweest door een van de andere verdachten op te halen, met beiden langs het bewuste pand te rijden en het pand aan te wijzen.

Eerder veroordeelde de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. deze verdachte tot een gevangenisstraf van 14 jaar voor de uitlokking van de door de beide anderen gepleegde feiten. Het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. eiste in hoger beroep een veroordeling voor medeplegen.
Het hof achtte dat allebei echter niet bewezen, omdat de verdachte het plan voor de brandstichting niet had bedacht, hij niet betrokken was bij de uitvoering daarvan en hij de beide anderen ook niet heeft aangezet tot het plegen van de feiten.
De door het hof opgelegde straf is ook lager dan de straf die de rechtbank eerder oplegde, omdat uit nieuw psychologisch en psychiatrisch onderzoek in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. gebleken is dat de feiten niet volledig aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Schadevergoeding

De drie verdachten zijn ook veroordeeld tot het vergoeden van de door de slachtoffers geleden schade. Naast een vergoeding voor de door hen geleden materiële schadeSchade die direct in geld is uit te drukken. kregen de slachtoffers smartengeld van € 225.000 resp. € 150.000 toegekend.