Hogeschool Utrecht aansprakelijk voor studievertraging bij opleiding medische hulpverlening
Onvoldoende stageplaatsen
De hogeschool is in 2010 begonnen met het aanbieden van de opleiding. De vierjarige studie leidt studenten op voor de functies van medisch hulpverlener in de ambulancezorg, spoedeisende hulp of anesthesie. Dit was in 2010 een nieuw beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. in de gezondheidszorg. Nadat de studie van start was gegaan, bleek dat de medische sector onvoldoende stageplaatsen aanbood aan BMH-studenten. Een aantal studenten kon de studie daardoor niet op tijd afronden. Ook kwamen zij na het afronden van de studie moeilijk aan werk in deze functie, omdat ambulancediensten en ziekenhuizen terughoudend waren om hen aan te nemen.
Tekortkoming in aanbieden passende maatregelen
Het hof is van oordeel dat de hogeschool zich bij de start van de opleiding in 2010 had moeten realiseren dat de inzet van BMH’ers in de praktijk tot problemen kon leiden vanwege de eisen die de Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg) daaraan stelt. Bepaalde medische handelingen (in de wet aangeduid als “voorbehouden handelingen”) mogen op grond van die wet alleen zelfstandig worden uitgeoefend door bepaalde beroepsgroepen, zoals artsen en verpleegkundigen. Hoewel de BMH’ers ook worden opgeleid tot het zelfstandig verrichten van bepaalde medische handelingen, was het hen tot 1 mei 2017 niet toegestaan deze handelingen te verrichten. Volgens het hof had de hogeschool rekening moeten houden met de mogelijkheid dat het medische werkveld zich om die reden terughoudend zou opstellen bij het aanbieden van stageplaatsen en het openstellen van vacatures aan BMH’ers. Van de hogeschool mocht daarom worden verwacht dat zij ten behoeve van de studenten passende maatregelen trof ter voorkoming van schade.
Doordat de hogeschool dit niet heeft gedaan, heeft de hogeschool de studenten onvoldoende in staat gesteld om zonder (grote) studievertraging de studie af te ronden en in aanmerking te komen voor de functies waarvoor de opleiding opleidt.
Dit kan aan de hogeschool worden toegerekend.
Vervolg
In het vervolg van de procedure bij de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. zal moeten worden vastgesteld welke schade de studenten hierdoor hebben geleden.
De situatie is per 1 mei 2017 gewijzigd doordat bij Tijdelijk besluit de BMH’er alsnog de bevoegdheidDe vraag welke rechter de zaak mag behandelen. is toegekend om bepaalde voorbehouden handelingen te verrichten (op grond van de zogenaamde ‘experimenteerbepaling’ in de Wet BIG).