In hoger beroep 6,5 jaar cel voor betrokkenheid 'Teslabranden'

Heropening onderzoek
De man werd ruim vier jaar geleden door de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vrijgesproken van betrokkenheid bij de brandstichtingen. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM) ging daarvan in hoger beroep. Het gerechtshof vond dat het onderzoek niet volledig genoeg was geweest en heropende het onderzoek om onder meer twee getuigen alsnog te horen.
Bewijs
Voor het bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. heeft het hof onder meer gelet op de verklaringen van getuigen, twee medeverdachten, mastgegevens en historische gegevens van diverse telefoons.
Medeverdachte D. was op 21 november 2024 al in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. veroordeeld tot zes en een half jaar gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de brandstichtingen. Het hof heeft de verklaring van medeverdachte D. betrouwbaar gevonden omdat zijn verklaring onder andere past bij het technisch bewijs in deze zaak en hij ook zijn eigen actieve rol hierbij niet heeft verkleind. Ook is niet gebleken dat D. een motief had om de man valselijk te beschuldigen.
Tijdens het hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. is medeverdachte D. overleden, waardoor hij niet meer door de verdediging ondervraagd kon worden. Toch heeft het hof zijn verklaring gebruikt. Het hof ziet die verklaring namelijk als één van de elkaar ondersteunende verschillende bewijsmiddelenMiddelen die de rechter overtuigen dat een verdachte schuldig is. De rechter gebruikt deze bij de motivering van het vonnis. Een andere term voor 'bewijsmiddelen' is 'bewijsmateriaal'.. De verklaring is niet het enige of doorslaggevende bewijs van de tenlastegelegde feiten geweest.
Strafoplegging
Bij de strafoplegging heeft het hof gelet op:
- de ernst, de gevaarzetting en het intimiderende karakter van de twee brandstichtingen;
- het feit dat het slachtoffer in deze zaak als faillissementscurator werkzaam was;
- de rol van verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. als opdrachtgever.
Omdat de procedure tot aan de einduitspraak te lang heeft geduurd, heeft het hof de door het OM gevorderde gevangenisstraf van zeven jaar gematigd tot zes en een half jaar gevangenisstraf.