Arnhem|

NRC mag naam hoogleraar publiceren in artikel over '#metoo-misstanden'

Vandaag heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in het hoger beroep van NRC tegen de uitspraak van de rechtbank waarin was beslist dat de naam van een hoogleraar van de UvA niet mocht worden genoemd in een artikel over langdurig seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het hof vindt -anders dan de rechtbank- dat het belang van vrijheid van meningsuiting in deze zaak zwaarder weegt dan het recht op privacy.

Eerder oordeel van de rechtbank

Voorafgaand aan publicatie van een NRC-artikel over langdurig seksueel grensoverschrijdend gedrag van een hoogleraar aan de UvA, vroeg de hoogleraar in kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). een verbod om in dat artikel zijn naam te noemen. De rechtbank heeft dit verbod toegewezen. NRC heeft het artikel op 15 mei 2019 in de krant gepubliceerd, zonder de naam van de hoogleraar te vermelden.

Afweging van alle omstandigheden

Het hof komt na belangenafweging tot het oordeel dat het recht op vrijheid van meningsuiting van NRC in dit geval zwaarder weegt dan het recht op privacy van de hoogleraar. Dat komt onder meer omdat het artikel een bijdrage levert aan een zeer actueel publiek debat (het #metoo-debat), de hoogleraar een publiek figuur is waarover de pers kritischer mag zijn, en sprake is van een ernstige misstand (langdurig seksueel grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van (ondergeschikte) collega’s). Daarnaast heeft het hof meegewogen dat het artikel voldoende steun vindt in de feiten, dat NRC deugdelijk onderzoek had gedaan en dat het artikel voldeed aan de journalistieke normen.

Uitgangspunten

Het hof heeft de belangen van partijen beoordeeld tegen de achtergrond van de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het EHRM heeft uitgemaakt dat een publicatieverbod alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan worden toegewezen en dat de beslissing over het publiceren van details (waaronder het noemen van iemands naam) in principe onder de journalistieke vrijheid valt, zolang de gemaakte keuzes zijn gebaseerd op binnen de journalistiek geldende normen.