Twee verdachten in zaak over mishandelingen op zorgboerderij zitten niet langer vast

Celstraffen
De verdachten zijn op 18 juli 2024 door de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Noord-Nederland veroordeeld voor het meerdere keren medeplegen van mishandeling met voorbedachte raad van cliënten op een zorgboerderij in Wedde. De verdachten kregen een maximale celstraf van vijf jaar en vier maanden plus een beroepsverbod van tien jaar en vier maanden.
De verdachten zijn op 22 juli aangehouden en zaten sindsdien weer gedetineerd. Zij hadden twee weken de tijd om hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. aan te tekenen, en hebben dit ook gedaan.
Niet voldaan aan vereisten van de wet
De termijn van het bevel bewaring1. In het strafrecht: voorlopige hechtenis in opdracht van de rechter-commissaris; 2. In het vreemdelingenrecht: opsluiting van iemand die niet over geldige verblijfspapieren beschikt; 3. In het kader van de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen: gedwongen opname in een psychiatrische inrichting van iemand die psychisch gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving. van beide verdachten eindigde op 5 augustus. De vordering om hen langer vast te houden, is door het OM niet op tijd ingediend. Het OM heeft daarop een vordering tot een nieuwe gevangenneming ingediend bij het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Arnhem-Leeuwarden. Verdachten zijn in de tussentijd niet in vrijheid gesteld. Het hof heeft die vordering op 15 augustus behandeld en afgewezen.
Het hof stelt vast dat niet is voldaan aan de vereisten voor een nieuwe gevangenneming die artikel 66a van het Wetboek van Strafvordering biedt. Dit heeft te maken met de hoogte van de straf die maximaal opgelegd kan worden voor de verdenkingen in deze zaak. De grenzen in dit artikel zijn bewust door de wetgever gesteld en dienen te worden bewaakt en gehandhaafd, aldus het hof. Daarmee is er geen mogelijkheid om op dit artikel gevangenneming te baseren.