Veroordeling voor betrokkenheid bij voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs en illegale opslag van vuurwerk

Hof straft lager dan de rechtbank
Het hof komt tot een aanzienlijke lagere straf dan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had opgelegd en de advocaat-generaal1. Vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie (OM) bij een gerechtshof. Zijn taak komt overeen met die van de officier van justitie bij de rechtbank. 2. Bij de Hoge Raad: adviseur van de Hoge Raad. Deze advocaat-generaal werkt niet voor het Openbaar Ministerie. had geëist. Dat is deels een gevolg van het feit dat het hof slechts tot bewezenverklaring van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs komt, maar ook omdat een aanzienlijke strafkorting is gegeven aan verdachte vanwege een forse schending van de redelijke termijn in hoger beroep – de hoger beroepsprocedure heeft meer dan zes jaar geduurd en de feiten dateren uit 2015- en vanwege een vastgesteld vormverzuim bij zijn aanhouding. Verdachte is namelijk door een fout van een van de leden van het arrestatieteam bij zijn aanhouding in zijn buik geschoten. De gevolgen voor verdachte hiervan zijn enorm geweest en hij ondervindt nog dagelijks de gevolgen.
Zonder deze omstandigheden had het hof verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. een beduidend langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.
Hof verwerpt niet-ontvankelijkheidsverweer
De verdediging had bepleit het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. niet-ontvankelijk te verklaren vanwege een aantal omstandigheden, waaronder vormverzuimen bij zijn aanhouding, de overmatige schending van de redelijke termijn en de stelling van verdachte dat de beelden van zijn aanhouding door de politie gemanipuleerd zouden zijn. Het hof heeft dit niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen. Voor het door het hof vastgestelde vormverzuim bij de aanhouding van verdachte en de schending van de redelijke termijn is wel strafkorting aan verdachte gegeven. In dit verband is ook door het hof overwogen dat er onvoldoende aanleiding is om te veronderstellen dat de beelden van de aanhouding van verdachte door de politie zijn gemanipuleerd, zoals door verdachte is gesuggereerd, en geen sprake is van verdere vormverzuimen.