Verzoek opheffing strafvorderlijke beslagen afgewezen

Het strafvorderlijk Inbeslagneming van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze nodig zijn voor het bewijs of omdat ze gevaarlijk zijn (drugs, wapens), of om de criminele winsten af te romen (geld, auto’s, huizen, jachten). Dit beslag geschiedt in opdracht van de officier van justitie.
Een vastgoedonderneming is eigenaar van een appartementencomplex in Tiel. In de zomer van 2023 heeft het OM op dat complex beslagen gelegd, omdat die onderneming een Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. is in een onderzoek naar beleggingsfraude. Na deze beslaglegging heeft de vastgoedonderneming de appartementen in het complex verhuurd en vervolgens het verhuurde complex in zijn geheel aan een derde partij verkocht. Deze derde partij heeft het OM verzocht de beslagen op te heffen en akkoord te gaan met het krijgen van zekerheid voor de koopsom van het complex. Omdat het OM met dit verzoek niet akkoord wilde gaan, heeft de koper van het complex bij de rechter in Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). gevorderd de beslagen op te heffen.
Het oordeel
Van het hof hoeft het OM de strafrechtelijke beslagen op het complex niet op te heffen. Er zijn namelijk verschillende omstandigheden in dit kort geding die erop wijzen dat het OM met de mogelijke verkoop van het complex een hogere opbrengst kan realiseren dan nu door de koper van het complex als vervangende zekerheid wordt aangeboden. Bijvoorbeeld, als de rechter later oordeelt dat de huurovereenkomsten en de verkoop van het complex een schijnconstructie is geweest, kan de koopsom van een niet verhuurd complex veel hoger uitpakken.