Zaak 'Arnhemse Syriëgangers': in hoger beroep één verdachte vrijgesproken, andere verdachte veroordeeld
Voorgeschiedenis
De twee Arnhemmers zijn na signalen uit hun omgeving op 14 augustus 2013 in het Duitse Kleef aangehouden. Zij hadden twee auto's vol goederen bij zich, waaronder geld en kleding. Beide verdachten zijn op 9 februari 2015 door de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Gelderland vrijgesproken. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. is tegen deze vonnissen in hoger beroep gegaan.
Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft de tamelijk overzichtelijke feitelijke situatie in een uitgebreide tenlastelegging omschreven, waarin verschillende strafbare feiten zijn opgenomen. Het hof heeft eerst in een tussenarrest (ECLI:NL:GHARL:2015:9007 en ECLI:NL:GHARL:2015:9008) de omvang van de beschuldiging vastgesteld. De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 januari en 4 februari 2016.
Onvoldoende bewijs in de ene zaak
In de zaak van de ene verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. is het hof uiteindelijk van oordeel dat er niet voldoende bewijs is dat deze verdachte wist dat zijn broer deelnam aan de gewapende strijd in Syrië. Dit is naar het oordeel van het hof echter bij elk feit wel een onmisbaar element.
Veroordeling voor één feit in de andere zaak
In de zaak van de andere verdachte is er wel voldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. dat hij wist dat zijn broer aan de strijd in Syrië deelnam. Deze verdachte wordt echter op juridisch-technische gronden vrijgesproken van de meeste tenlastegelegde feiten. Hij wordt voor één feit veroordeeld, namelijk 'voorbereiding van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven'.
Het hof acht namelijk bewezen dat verdachte van plan was geld en goederen naar zijn strijdende broer in Syrië te brengen en op die manier deel te nemen aan een terroristische organisatie in Syrië.
Aan deze verdachte wordt een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van twee jaar. Het onvoorwaardelijk gedeelte van deze straf heeft verdachte al in voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken. uitgezeten.