Ook in hoger beroep celstraf en rijontzegging voor doodrijden jonge fietser
Te hard en door rood
De Iemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. reed in zijn auto over de N206 in de richting van Zoetermeer. De maximumsnelheid ter plaatse was 50 kilometer per uur, maar de verdachte reed harder. Hij verhoogde zijn snelheid toen hij de kruising met de Dirk van Santhorstweg naderde en reed met ongeveer tussen 81 en 86 kilometer per uur die kruising op. Daarbij negeerde hij een rood verkeerslicht. Voorbij de kruising reed hij het slachtoffer aan, die op zijn fiets de weg overstak en daarbij groen licht had.
Roekeloos
Het hof oordeelt dat de verdachte schuld heeft aan het ongeval en dat hij roekeloos heeft gereden. Dat de verdachte het rode licht niet heeft gezien, zoals hij zelf heeft verklaard, vindt het hof ongeloofwaardig, omdat het licht al bijna 8 seconden op rood stond en het een overzichtelijke kruising was. Het hof gaat er dan ook van uit dat de verdachte opzettelijk door rood is gereden.
Onacceptabel
De verdachte heeft met zijn verkeersgedrag bewust onaanvaardbare risico’s genomen voor de verkeersveiligheid, met fatale gevolgen. Daarbij past oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur en de maximale rijontzegging. Met die straffen wil het hof zowel aan de verdachte als aan de samenleving duidelijk maken dat roekeloos verkeersgedrag volstrekt onacceptabel is en aanzienlijke gevolgen heeft.
Gevaar voor herhaling
De verdachte heeft eerder boetes en een rijontzegging gekregen voor verkeersovertredingen. Blijkbaar heeft hij daarvan niet geleerd. Ook heeft hij beperkt inzicht getoond in zijn verkeersgedrag. Het hof ziet daarin een gevaar voor herhaling en legt daarom een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op, met een De rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 3 jaar.