Veroordeling van vrouwelijke Syriëganger voor onder meer plundering
Plundering
De vrouw is in 2014 naar Syrië uitgereisd, nadat zij vanuit Nederland met een IS-strijder was getrouwd die zich toen al in Syrië bevond. Zij woonde jarenlang met hem in het strijdgebied, waar zij zich samen meerdere woningen met inboedel hebben toegeëigend zonder toestemming van de rechtmatige eigenaren. Het hof merkt dit aan als het oorlogsmisdrijf plundering. De manier waarop de vrouw en haar echtgenoot de woningen hebben verkregen, past in het destijds bestaande patroon dat huizen en bezittingen van gevluchte of verdreven inwoners van het strijdgebied in Inbeslagneming van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze nodig zijn voor het bewijs of omdat ze gevaarlijk zijn (drugs, wapens), of om de criminele winsten af te romen (geld, auto’s, huizen, jachten). Dit beslag geschiedt in opdracht van de officier van justitie. werden genomen door IS en Jabhat al-Nusra ten behoeve van buitenlandse strijders en hun gezinnen. De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had de vrouw van dit feit vrijgesproken.
Deelname aan IS en Jabhat al-Nusra
Het hof heeft geoordeeld dat de vrouw gedurende een deel van haar verblijf in Syrië heeft deelgenomen aan de terroristische organisaties IS en Jabhat al-Nusra. Zij heeft zich eveneens schuldig gemaakt aan het voorbereiden/bevorderen van terroristische misdrijven.
Bedreigingen met een terroristisch misdrijf
De vrouw heeft daarnaast twee Nederlandse journalisten via sociale media bedreigd met een terroristisch Zwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank.. Zij plaatste bedreigende berichten op X (toen: Twitter) en stuurde via Facebook berichten met foto’s van kalasjnikovs.
Afstand genomen van gedachtegoed
Nadat de vrouw uit Syrië was gevlucht naar Turkije, heeft zij in dat land 18 maanden gevangenisstaf uitgezeten. Vervolgens is zij in vreemdelingendetentie geplaatst en daarna aan Nederland uitgeleverd. In Nederland heeft zij enkele maanden doorgebracht in Verzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming., waarna deze is geschorst met als voorwaarden onder meer een enkelband en intensieve klinische en ambulante behandeling. De vrouw heeft zich gedurende 27 maanden goed aan die voorwaarden gehouden. Inmiddels heeft zij afstand genomen van het gewelddadige salafistische gedachtegoed en is zij bezig haar leven op een positieve manier vorm te geven. Het hof heeft daar bij de strafoplegging ten gunste van de vrouw rekening mee gehouden. Ook heeft het hof er rekening mee gehouden dat de behandeling van de zaak veel te lang heeft geduurd en dat de vrouw verminderd toerekeningsvatbaar is.
Straf
Het hof legt een gevangenisstraf op van 860 dagen, waarvan 720 dagen voorwaardelijk, met aftrek van Het totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken.. Dit betekent dat de vrouw nu niet opnieuw gedetineerd raakt. Daarbij geldt een proeftijd van drie jaar en als voorwaarden onder meer een behandelverplichting. Daarnaast legt het hof een taakstraf op van 400 uur. Aan de slachtoffers van de bedreigingen moet de vrouw 1.000 euro schadevergoeding betalen.