Veroordeling voor fraude en omkoping bij de gemeente Rotterdam
In 2017 werd een onderzoek gestart naar een aannemer van bestratingswerkzaamheden die werd verdacht van omkoping van twee ambtenaren van de gemeente Rotterdam. De aannemer had samen met een van beide ambtenaren de specificaties van de werkzaamheden gemanipuleerd. Deze werkzaamheden waren door hemzelf of door een van zijn onderaannemers uitgevoerd. Door bedragen te verhogen of posten te verschuiven, kreeg de (onder)aannemer meer geld dan waarop hij contractueel recht had.
Vergoedingen
De specificaties, ook wel ‘productieverantwoordingsstaten’ genoemd, werden veelal opgesteld door dezelfde ambtenaar die ze ook moest goedkeuren namens de gemeente. Deze ambtenaar ontving van de (onder)aannemer vergoedingen in natura, zoals dure fietsen, fietskleding en horloges, en betalingen via valse facturen. De waarde van deze goederen en betalingen bedroeg bijna €450.000. Bij de andere ambtenaar werden onder andere verbouwingen aan zijn woning verricht door, of in opdracht van, de aannemer, zonder dat deze aan hem in rekening zijn gebracht.
Straf
De Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. legde drie jaar geleden onvoorwaardelijke gevangenisstraffen op, variërend van acht tot veertien maanden. De feiten dateren inmiddels van acht tot veertien jaar geleden. De verdachten hebben aanzienlijke delen van de door de gemeente geleden schade terugbetaald, de strafprocedure is negen jaar geleden gestart. Vanwege deze omstandigheden en vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verschillende verdachten legt het hof de beide ambtenaren een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van respectievelijk zes en drie maanden op en daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf van 200 respectievelijk 150 uur. Aan de aannemer wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een onvoorwaardelijke taakstraf van 100 uur opgelegd. De onderaannemer krijgt een taakstraf van 180 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.