Geldboete aan politicus voor beledigen ministers via Twitter
Eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). en hoger beroep
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had in eerste aanleg de verdachte voor dit feit veroordeeld en een voorwaardelijke geldboete van 450 euro opgelegd. De verdachte was hiertegen in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. gegaan. Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft in hoger beroep verzocht het vonnis van de rechtbank te bevestigen.
Verweren verworpen
De verdediging heeft in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. te verklaren in de vervolging met een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Daarnaast heeft de verdediging vrijspraak bepleit met een beroep op het recht van vrijheid van meningsuiting. Beide verweren zijn door het hof verworpen.
Geen schending gelijkheidsbeginsel
Volgens het hof is niet gebleken dat het Openbaar Ministerie bij de beslissing om de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. te vervolgen het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. De andere gevallen waarnaar de verdediging heeft verwezen zijn daarvoor te verschillend.
Bewezenverklaring
Het hof heeft geoordeeld dat het bericht van de verdachte een onmiskenbaar beledigend karakter heeft, doordat het suggereert dat de betreffende ministers nazi’s zijn of sympathiseren met het nazi-gedachtegoed. Hierdoor zijn zij in hun eer en goede naam aangerand. Verder is geoordeeld dat dit geen op feiten gebaseerde bijdrage aan het publieke debat betreft en ook geen uiting van artistieke expressie, maar een ongefundeerde persoonlijke aanval op de beide slachtoffers. Het bericht van de verdachte valt daardoor niet onder de bescherming van het recht op vrijheid van meningsuiting en is een strafbare belediging.
Opgelegde straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof onder meer meegewogen dat de belediging via Twitter een groot bereik heeft gehad, dat de belediging gericht was tegen twee politieke ambtsdragers, dat dergelijk gedrag het aanzien van de politiek en het openbaar bestuur kan schaden en dat de verdachte ook in hoger beroep geen inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn handelen. Anders dan het Openbaar Ministerie en de rechtbank heeft het hof geen aanleiding gezien de geldboete slechts voorwaardelijk op te leggen.