Den Haag|

Gevangenisstraf voor misdrijven in Syrië

Het gerechtshof Den Haag heeft vandaag een Nederlandse vrouw veroordeeld voor 4 strafbare feiten die zij onder meer in Syrië heeft gepleegd. Dat zijn deelneming aan de terroristische organisatie Islamitische Staat, voorbereidingshandelingen van terroristische misdrijven, het opzettelijk in hulpeloze toestand laten van haar minderjarig kind en het medeplegen van het misdrijf tegen de menselijkheid slavernij met betrekking tot een jezidivrouw. Het Haagse hof heeft aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar opgelegd. Aan de jezidivrouw is een schadevergoeding toegekend.

This press release is also available in English- U verlaat Rechtspraak.nl.

De vrouw reisde in 2015 vanuit Enschede samen met haar minderjarige zoon uit naar Syrië om zich te vestigen in het kalifaat van Islamitische Staat (IS). Daar is zij getrouwd met een IS-strijder, met wie zij een gezin heeft gesticht. Zij woonde met haar gezin 4 jaar in het strijdgebied, totdat zij in 2019 met haar kinderen in opvangkampen terechtkwam en in 2022 naar Nederland terugkeerde. 

Misdrijf tegen menselijkheid slavernij

Tijdens haar verblijf in Syrië liet de vrouw samen met een ander ongeveer een maand lang een door IS tot slaaf gemaakte jezidivrouw huishoudelijke taken voor haar verrichten. Het hof acht, net als de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt., bewezen dat de vrouw zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van slavernij. Dat is een misdrijf tegen de menselijkheid. 

Hulpeloze toestand kind

Door met haar minderjarige kind jarenlang in IS-strijdgebied te verblijven, heeft de vrouw hem blootgesteld aan de hieraan verbonden gevaren. Daardoor heeft ze hem volgens het hof in een hulpeloze toestand gelaten. 

Eerste aanleg

De vrouw was in 2024 door de rechtbank Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar. Zowel de vrouw als het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. 

Gevangenisstraf en schadevergoeding

Het Openbaar Ministerie had in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. een gevangenisstraf van 10 jaar geëist. Het hof heeft de vrouw een gevangenisstraf van 9 jaar opgelegd. Hierbij heeft het hof rekening gehouden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de vrouw. Anders dan de rechtbank heeft het hof een schadevergoeding van € 15.000,- toegekend aan de jezidivrouw.