Den Haag|

Hof veroordeelt man voor doodslag op zijn dochter

Op 15 maart 2019 bracht de verdachte in het Maasstadziekenhuis te Rotterdam zijn minderjarige dochter om het leven. De verdachte handelde onder invloed van een waanstoornis, waarin hij de overtuiging had dat zij door anderen misbruikt zou worden. Het hof legt de man een gevangenisstraf van 4 jaar op en tbs met dwangverpleging.

Ondanks de waanstoornis kon de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. volgens het hof begrijpen dat hij een strafbaar feit beging. Daarom is het feit aan de verdachte toerekenbaar, zij het in sterk verminderde mate. Het hof legt daarom een lagere gevangenisstraf op dan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.

Net als de rechtbank heeft het hof tbs met dwangverpleging opgelegd. Met die maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. kan de verdachte worden behandeld in een gesloten kliniek. De kans op herhaling van het plegen van ernstige strafbare feiten wordt op die manier zo veel mogelijk beperkt.

Aan de moeder van het meisje is een schadevergoeding toegekend.