Den Haag|

Hof verwijst ontneming in Rotterdamse havenzaak naar rechtbank

De rechtbank in Rotterdam moet de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de Rotterdamse havenzaak verder gaan behandelen. Het gerechtshof Den Haag heeft dit vandaag beslist. Bij ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt het voordeel dat met een strafbaar feit is behaald van de dader teruggevorderd.

In de ontnemingszaak tegen de ondernemer, die in de strafzaak onder meer wegens omkoping is veroordeeld, werd het voordeel door het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. eerst geschat op ruim 42 miljoen Euro. In een nieuwe berekening is het voordeel becijferd op ruim 111 miljoen Euro. De rechtbank had het Openbaar Ministerie deels niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, omdat een nieuwe vordering zou zijn ingediend en deze niet binnen de wettelijke termijn was gedaan. Het hof oordeelt dat de nieuwe berekening geen nieuwe vordering betreft.